Autisme en kampweek: Emotionele reis van uitdagingen en vooruitgang

Dagboek van een mama die schrijft over de moeilijke ervaring van een kampweek voor haar zoontje met autisme.

vrouw draagt haar kleuter op de rug met een draagdoek, kampweek en autisme
Inhoudstabel

Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag

Maandag

Maandag eerste dag van de kampweek vol enthousiasme, hij heeft er zin in en keek er al even naar uit.
Bij het ophalen krijgen we geen hallo, maar eerder een ‘aargghh’.
Toch liep hij niet weg en stond hij open voor dialoog.
We spreken af dat we zijn spullen halen en hem uitschrijven en dat het dan tijd is om te vertrekken, hiermee gaat hij akkoord en we gaan samen naar huis.
Geen meltdown, geen geroep.
Wat een vooruitgang tegenover een aantal maanden geleden!
(Overgangen zijn 1 van de grootste struggles hier).

Dinsdag

Dinsdag verloopt relatief gelijk.

Woensdag

Bij het ophalen woensdag speelt hij met 2 andere jongetjes, het lijkt alsof hij het leuk heeft tot ik hem een stok zie gooien naar 1 van de jongens.
Ik wijs hem op onze 3 regels, waaronder de regel respectvol zijn (we doen anderen of onszelf geen pijn).
De jongen vertelt me dat hij dit wel vaker doet en hij ‘veel te wild’ is.
Waarop ik antwoord dat hij inderdaad wild kan spelen en als de jongen zich ergens niet goed bij voelt; hij dit zeker mag aangeven bij N en de monitoren van het kamp.
N gaat op dat moment in emotie en vraagt de jongen om naar hem te luisteren.
Wanneer hij de jongen zijn aandacht krijgt, roept hij: ‘Ik ben altijd zo wild eh! Thuis en op kamp, overal! Zelfs bij mijn vriendje O!’ (zijn beste vriendje).
De jongen aanvaard wat N zegt en ze nemen afscheid.

Ik ga er zelf niet verder op in, maar mijn molen begint te draaien.
Door wat hij net zei, geeft hij me de indruk heel duidelijk te proberen aangeven dat hij absoluut geen kwaad bedoelt met wild zijn, maar dat het eerder een deel van zichzelf is waar hij niet echt iets aan kan doen.
(Wat ik zelf al weet als zijn mama, maar ik wist niet dat hij het zelf ook zo bewust ervaarde).
Eenmaal thuis, maar nog in de auto komt N ineens op de handrem staan wanneer ik stilsta.
Ik verschiet en roep ‘besef je wel hoe gevaarlijk dit is wat je net gedaan hebt!’.
Waarop N begint te huilen en roept ‘Nu ga ik helemaal niet meer mee naar binnen, ik ga slapen in de auto!’
Ik krijg hem uiteindelijk uit de auto en naar binnen.
Binnen lijkt hij opeens droevig en spreekt hij uit: ‘Ik vind mezelf niet zo leuk meer. Niemand vind mij leuk op kamp en ik kan niks goed doen.’

Mijn mamahart breekt.

Ik zet de baby opzij en geef N een lang knuffel.
Woorden schieten me te kort, dus ik zeg even niets.

Bij het instoppen die avond vraagt hij me of God hem kan helpen om minder wild te zijn en we besluiten samen te bidden.
Nadien voeg ik er zelf ook nog een kort gebedje aan toe wanneer hij slaapt.

Donderdag

Donderdagochtend geeft hij aan dat hij het kamp niet leuk vindt.
Als ik hem vraag waarom, dan zegt hij dat de andere kindjes hem niet leuk vinden.
Ik vraag hem welke kindjes en hij zegt de twee jongens te bedoelen waarmee hij de dag ervoor aan het spelen was toen ik hem ophaalde.
Afgaand op wat ik van die interactie zag, leek het niet alsof ze niet met hem wilden spelen, maar eerder dat ze niet altijd wisten hoe aan te geven wanneer het te wild werd.
Ik deel mijn observatie met N en dit lijkt hem gerust te stellen.

Ik haal hem uit de auto met een stevige knuffel en besluit te affirmeren: ‘Jij bent lief, jij bent respectvol en goed. Jij bent mooi en mijn allerliefste en mooiste N’
Dit beantwoordt hij met een lach, ik hoop op een positieve dag voor hem.

Bij het afhalen zie ik hem opnieuw met dezelfde twee jongens spelen, ze lachen alle drie en lijken zich op het eerste zicht te amuseren.
Ik kom dichter en zeg hallo, maar krijg geen tegenreactie.
N krijgt de bal toegegooid en in plaats van hem terug te gooien (ze lijken de bal onder het drietal over en weer te gooien), gaat N met de bal gaan lopen.
Hij wordt beantwoord met een diepe zucht van de andere twee jongens, ze vragen hem verschillende keren om de bal terug te gooien, waarop N nog luider gaat roepen en blijft rondlopen.
Ik probeer zijn aandacht te trekken, maar ook dat blijft onbeantwoord.

Uiteindelijk beslissen de jongens de bal fysiek uit N zijn handen te proberen trekken, N laat zich op de grond vallen en de jongens laten zich op hem vallen.
N reageert hier al lachend op, terwijl ik probeer af te tasten of mijn interventie nodig is.
N stopt met lachen en ik vraag hem om recht te staan.
Hij stelt zich recht, neemt afscheid van de jongens en schopt op een verloren drinkbeker in het gras.
Ik spreek hem hierop aan, al wijzend op onze regels.
Hij loopt verder en slaat tegen een tent.
Dan begint hij sneller te lopen en wanneer ik vraag om dichter te blijven, zegt hij dat hij niet bij mij wil zijn.
Ik weet uit ervaring hier niet te ver op in te gaan en besluit verder te zwijgen.

De autorit verloopt rustig, eenmaal thuis vraagt hij om een koekje.
Ik vraag hem zijn kleren om te wisselen en zeg hem dat we daarna samen een snack zullen eten en even praten over zijn attitude van zonet.
Hij bedankt me voor de verse lakens op zijn bed en nadien bedankt hij me voor de lekkere fruitsap en de koekjes die hij zo lekker vindt.
Hij vertelt me dat hij het heel fijn vond deze koekjes in zijn lunchtrommel te vinden die middag en dat hij fluisterde tegen de monitor dat hij ze snel zou opeten, want dat anders iedereen zulke lekkere koekjes zou willen.

Na onze gezellige snack vraag ik hem naar zijn gedrag op het kamp (het voorval met de bal, het schoppen, gooien en weglopen).
Hij vertelt me dat hij schopt en slaat omdat hij het kamp niet leuk vindt.
Ik vraag hem waarom en hij zegt me opnieuw dat de kindjes hem niet leuk vinden.
Ik deel mijn observatie met hem (de kindjes gooiden de bal naar elkaar. Toen jij de bal kreeg, liep je weg. Ik zag de jongens vragen om de bal terug te gooien, waarop
je niet reageerde. Voor mij leek het wel alsof ze samen met jou wilden spelen, maar gewoon niet goed begrepen waarom je de bal niet terug gooide wanneer het jouw beurt was.)
Ik zie zijn molentjes draaien en besluit er zelf verder niet op in te gaan.

We sluiten het gesprek positief af door een voorgeoefende dialoog af te spreken om de overgang bij het ophalen duidelijker en makkelijker te maken.
(Oef, dat hebben we dan ook geleerd net voor de laatste dag van het kamp.)
Het was even geleden, dus we moesten er weer wat inkomen.

Bij het voorlezen in de avond leest N zelf een stukje uit zijn leesboek.
Eén van de zinnetjes gaat ongeveer als volgt; ‘T-rex is een dom dier!’
Waarop N me met grote ogen aankijkt en zegt: ‘Ik ken dit woord, op kamp hebben ze dit ook gezegd tegen mij! Een kindje zei N is dom.’

Mijn hart zinkt en ik besef nu dat de situatie tijdens deze kampweek waarschijnlijk veel negatiever is dan wat ik kon observeren.
Hij geeft er verder zelf geen negatieve connotatie aan, maar ik begrijp nu wel dat hij waarschijnlijk op veel meer moeilijkheden begint te botsen dan ‘enkel wat misverstanden in communicatie’.

Vrijdag; einde kampweek

Vrijdagochtend na het klaarmaken voor de dag, maak ik nog 5 minuutjes vrij om op de mat te spelen met hem.
Onderweg naar het kamp is hij stil.
Ik zet hem af en zeg hem dat hij geen kindjes pijn mag doen, maar als de andere kindjes hem pijn doen, dat hij dat zelf ook moet melden bij de monitoren.
Ik blijf bij hem knuffelen tot de activiteiten starten.
Bij het omroepen gaat hij gewillig en snel naar zijn groepje en we nemen afscheid.

Ik ga hem vroeg ophalen en kom net voor het einde van de activiteiten toe. De week heeft lang genoeg geduurd denk ik dan.
Ik zie de twee jongens, N loopt er niet bij.
Oef, denk ik, dat is hopelijk een teken dat hij andere kindjes heeft gevonden om mee te spelen.
Ik vind hem met een boek op een stoeltje.
‘Hallo N!’
‘Hallo mama!’
‘Ik ga jouw spulletjes halen en jou uitschrijven, daarna is het tijd om te vertrekken.’
‘Ok mama, tot zo.’

Oef. Ik krijg een hallo, we houden ons aan het script.
Mental note voor de volgende keer om aan het begin van de week zo een script op te stellen.
Hij krijgt nog een lieve knuffel van een monitor waarvan hij zichtbaar geniet.

In de auto vertelt hij me dat de twee jongens van voorheen hem probeerden weg te jagen toen hij samen met hen wou spelen.
‘Ze gooiden een hoepel tegen mijn tand en ze maakten hem per ongeluk helemaal los en er was bloed.’
En jazeker, de tand die al wat los stond, hangt er nu amper nog in.
We knuffelen, beiden opgelucht dat de kampweek voorbij is.

Positieve noot; de zonnebloem die hij een paar maanden geleden zelf zaaide, staat in bloei!

FAQ autisme:
(Wat is autisme?)
(Wat na diagnose autisme?)
(Hoe omgaan met overprikkeling autisme?)
(Wat te doen bij meltdown autisme?

Resources:
Vlaamse Vereniging Autisme
Participate!
AutismeCentraalMethodiek

Nog vragen? Stuur gerust een mailtje naar inhuisonderwijs@gmail.com.

Autisme en kampweek

Fjeewww wat een rollercoaster!
Hoe ervaren jullie kampweken met jullie kindjes in het spectrum?

Deze post kan eventueel affiliate links bevatten. Dit betekent dat ik een kleine commissie verdien aan aankopen gedaan via sommige links. Dit heeft geen extra kost voor u.

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor extra tips en resources in huisonderwijs en autisme, ontvang korting op onze producten en meer!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Gerelateerd

Geef een reactie

Ontdek meer van Inhuisonderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder