Godsdienst derde cyclus (10-12 jaar) – Leerplandoelen katholiek huisonderwijs

Hieronder de leerplandoelen Rooms-Katholieke Godsdienst derde cyclus. De ZILL leerplandoelen voor Godsdienst zijn opgedeeld in 4 cyclussen, waarvan de eerste de kleuters is van 2,5 tot 6 jaar en de tweede de ‘eerste cyclus’ genaamd voor kinderen van 6 tot 8 jaar.
De tweede cyclus loopt van 8 tot 10 jaar en de derde cyclus van 10 tot 12 jaar.

De algemene leerplandoelen voor kinderen tot 12 jaar kan je hier vinden.

Lees deze blogpost voor alle wetgevingen en regels rond huisonderwijs.
In deze blogpost neem ik je bij de hand en vullen we samen de verklaring van huisonderwijs in bij inschrijven van jouw kind voor huisonderwijs.
Wat zijn leerplandoelen, ontwikkeldoelen, onderwijsdoelen?
In deze blogpost zet ik het even allemaal op een rijtje voor jou.

Hoe ga je aan de slag met deze leerplandoelen? Op deze pagina geef ik je de
handleiding voor deze ultieme gids.

Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST DERDE CYCLUS

Vertrouwen en wantrouwen, mogelijkheden en beperkingen.
Wat maakt mij gelukkig? Wie wil ik worden?

-Bouwstenen verzamelen waarmee mensen hun leven mooier en gelukkiger willen maken
-Vragen stellen bij de vele manieren waarop mensen – ook zijzelf – in hun leven geluk nastreven
-Op weg gaan om stilaan zelf vorm te geven aan hun eigen le­ven met bouw­stenen die ze als zinvol en waar­devol ontdekken
-Zien dat christenen het geluk zoeken in Jezus’ visioen van het Rijk van God
Zowel positieve als negatieve ervaringen verkennen en uitwisselen: ervaringen van geluk, eigen mogelijkheden, groei, geborgenheid, speelsheid, gezelligheid … en ook van kwets­baarheid, ziekte, handicap, echtscheiding, onmacht, lijden, dood … (dit kunnen eigen ervaringen zijn of getuigenissen van andere mensen)
In het lijdensverhaal ontdekken hoe Jezus heeft geleden
In lijdens- en verrijzenisverhalen lezen hoe Jezus door God de grens van de dood over­schrijdt
Kritisch bekijken hoe geluk en grenzen aan bod komen in de media: nieuwsbe­rich­ten, re­clame, ­soaps, talk-shows …
Uit het nieuws actuele voorbeelden geven van het leed dat mensen overal in de wereld treft
De mogelijkheden en moeilijkheden verkennen van mensen met een handicap in het openbare leven
Zien hoe lijden en dood vaak verzwegen of verdrongen worden en uit het straat­beeld geweerd
Zien hoe lijden en dood soms alleen interessant zijn voor sensatiejagers
Een opname van het nieuws op radio of TV bespreken om te zien wat aandacht krijgt en wat niet
Leren kritisch om te gaan met ideaalbeelden die bv. in de reclame worden opge­drongen
Het beeld van de rivier begrijpen (zie situering)
Erkennen dat mensen soms ontroostbaar blijven
Stilstaan bij levensgetuigenissen van mensen, bij wie grenservaringen soms leiden tot optimis­me en soms tot pessimisme
Inzien dat medeleven en betrokkenheid van mensen wegen kunnen openen naar aanvaar­ding, verrijking en perspectief
Beseffen en – indien mogelijk – verwoorden op wie en waarop zij zelf steunen in de con­fron­tatie met grenzen van hun leven
Kennis maken met de manier waarop gelovigen en niet-gelovigen omgaan met lijden en dood
Het omgaan met grenzen herkennen in enkele verhalen en/of teksten uit de bijbel­se traditie, zoals bv. het paradijsverhaal (Gn 2), de toren van Babel (Gn 11), David en Jonat­han (1 S 19-20), Job (Job), het boek Predi­ker (Pr) …
Verschillende woorden vergelijken om God ter sprake te brengen bij grenservarin­gen: bv. God als Almachtige, Beproever, Straffer, Stoplap, Verlosser, Medelijder, Verborgene, Machte­loze, Opstandige …
Enkele populaire opvattingen bespreken over ‘leven na de dood’, bv. reïncarnatie, vergel­ding …
Teksten van een uitvaart en van gedachtenisprentjes bespreken
Enkele verhalen lezen over ontmoetingen van Jezus met zieken, mensen met een handi­cap, gemarginali­seerde mensen …
In Mt 25, 31-46 de oproep ervaren God te ontmoeten in mensen die ‘de minsten’ ge­noemd worden
De betekenis en het verloop leren kennen van het sacrament van de ziekenzalving en van de uitvaartlitur­gie
Zowel de reële als de symbolische betekenis van blind zijn, verlamd zijn, melaats zijn, genezen … ontdekken
De betekenis ontdekken van opstanding en eeuwig leven
Mensen leren kennen uit de geschiedenis van de kerk, die ingegaan zijn op het roepen van mensen in grenssitua­ties
De inspiratie en het werk leren kennen en waarderen van congregaties en/of religieuze gemeenschappen
Kennis maken met een christen die zich vandaag inzet voor ‘de minsten’
De inspiratie en het werk leren kennen van organisaties zoals Welzijnszorg en Broederlijk Delen
Uitgedaagd worden om zich hiervoor ook te engageren
De inspiratie en het werk leren kennen van de congregatie, die aan de oorsprong staat van de eigen school
De inspiratie en het werk leren kennen van de patroonheilige van de school en/of de paro­chie (indien dit van toepassing is)

Verbondheid met zichzelf, anderen, gemeenschappen, natuur en cultuur.
Aan de hand van enkele voorbeelden vaststellen en onderkennen hoe mensen beïnvloed en bewogen worden (bv. actuele modes, trends, stromingen …)
Een persoonlijke bewogenheid (van hart en geest) kunnen aanwijzen als bron van ‘bewe­gingen’ in de samenleving (zoals: bewegingen voor mensenrechten, Amnesty International, onthaasting, vrede, dierenrechten …)
Vragen stellen bij enkele stromingen en bewegingen in de huidige samenleving en daarin verschillende motieven van bewogenheid onderscheiden, bv. materiële welvaart, vervulling van dromen, diepmenselijke waarden …
Ontdekken dat het religieuze bij mensen een sterke bewogenheid kan wekken (aan de hand van enkele voorbeelden: personen, groepen, bewegingen, godsdiensten)
Enkele bewegingen uit het verleden bespreken en naar waarde schatten
Vormen van religieus heroïsme en/of fanatisme in heden en verleden bespreken en kritisch beoordelen, bv. vormen van martelaarschap, sectair geweld
Verschillende wijzen van bewogen worden bij zichzelf en bij elkaar kunnen onder­scheiden: ontroerd worden, moeten van anderen, willen, verlangen, inzien, veront­waar­digd zijn, zin hebben, dromen van …
Kunnen en durven uitspreken of duidelijk maken aan elkaar waardoor ze persoon­lijk en/of samen in beweging komen
De bijbels-christelijke term ‘roeping’ in verband kunnen brengen met bewogen worden
Vanuit eigen ervaring herkennen en verwoorden dat wat henzelf of andere mensen als persoon beweegt, – in zekere zin – sterker is, groter is dan henzelf
Ervaren en verwoorden hoe ‘bewogenheid’ een gevoel geeft van echt leven: ‘zin’, iets om voor te leven, iets wat inhoud geeft aan het leven
Bewogenheid kunnen omschrijven als een samenspel van impulsen van buitenaf en van binnenuit, van mogen, ‘moeten’ en willen
De term ‘geweten’ als appèl tot handelen in verband kunnen brengen met bewogen worden en in beweging komen
Begrippen en beelden als stroming, wind en adem, stuwkracht, beweging, … leren kennen in het spreken over de God van de Bijbel
Herkennen hoe in bijbel­tek­sten in deze betekenis gesproken wordt over de Geest van God, bv. Gn 2,7, Ez 3,12, Ez 37,14; Jr 4,11-12, Jl 2,28 vgl., Hnd 2,17, Mt 4,1, Joh 3, Hnd 2,1-4
De werking van de Geest leren kennen uit wat in Gal. 5,16-23 ‘de vrucht van de Geest’ wordt genoemd
Verkennen hoe Jezus bewogen wordt voor het koninkrijk van God en gedreven wordt door de kracht van de heilige Geest (bv. in Lc. 4, 16-22)
Het verhaal van de roeping van Paulus bespreken (Hnd 9, 1-22)
Mensen leren kennen die Jezus hierin willen navolgen
Ontdekken hoe diepe bewogenheid ook gewekt en gevoed wordt door stilte en gebed
De ‘bewogen’ levensgeschiedenis van de apostel Paulus verkennen
Kunnen omschrijven hoe voor christenen God als heilige Geest in hun leven con­creet ervaarbaar is
Het menselijk fenomeen van religieuze initiatieriten (met name op de drempel van de vol­wassenheid) verkennen via enkele voorbeelden
De zin en het belang van religieuze initiatieriten inzien en respecteren
Weten dat mensen door doopsel, eucharistie en vormsel geïnitieerd worden in de christe­lijke gemeenschap
De betekenis van het christelijk vormsel zien als een persoonlijke bevestiging van de initiatie
De verwijzing naar de heilige Geest ontdekken in de ritus van het vormsel
Het vormsel kunnen typeren als een ‘bewogen en gezonden worden door de heilige Geest’ om in en vanuit de geloofsgemeenschap christen te zijn
De mogelijkheid overwegen om zich te laten vormen
Concrete voorbeelden van ‘missie’ weten te omschrijven en waarderen als een bijzondere beleving van christelijke bewogenheid
Uitdrukken waarom ze bepaalde mensen (vooral leeftijdsgenoten) bijzonder waar­de­ren
Onderkennen en verwoorden wat vriendschap is in verhalen uit jeugdboeken
Onderkennen en verwoorden wat vriendschap is in bijbelverhalen als: David en Jonathan (1 S), Jezus bij Martha en Maria (Lc 10, 38-42)
Verwoorden wat zij ervaren als inbreuken op de vriendschap
Leren verwoorden wat echte vriendschap voor hen kenmerkt: vertrouwen, eerlijkheid, aan­dacht, bevestiging, tederheid, trouw – ook over de dood heen …
Ontdekken dat de vriendschap tussen Jezus en Lazarus (Joh 11) sterker is dan de dood
Ingaan op crisissituaties, veroorzaakt door jaloersheid, ontrouw, roddels, …
In gedichten en liederen ontdekken dat mensen vriendschap en liefde als een wonder bezin­gen
Het verschil zien tussen voorkomendheid, kameraadschap, vriendschap, verliefdheid, echtelijke liefde, ouderliefde, kinderliefde, broeder- en zusterliefde …
Met voorbeelden verduidelijken wat binnen deze relaties de kenmerken van echte liefde zijn: res­pect, trouw, solida­ri­teit, aandacht, overgave, tederheid, vertrouwen, eerlijkheid, (zelf-)beheer­sing, verge­vens­ge­zindheid …
Bespreken waarom mensen huwen
Zien hoe meisjes en jongens in relaties verschillende accenten leggen
Hun eigen lichaam leren waarderen
Leren respectvol omgaan het hun eigen lichaam en dat van andere mensen
Enkele ‘eigen-aard-igheden’ van de jongen als man en het meisje als vrouw ontdek­ken en waar­de­ren
Kritisch en weerbaar worden t.a.v. banale, eenzijdige of platvloerse voorstellingen van seksualiteit
Met voorbeelden de houdingen van deugdzaamheid en eerbied illustreren
Lichaamstaal verkennen als uitdrukking van aantrekking en tederheid tussen mensen (erotiek)
Agressieve lichaamstaal onderkennen als hinderlijk voor een goede relatievorming
Ingaan op vragen over erotische/seksuele aspecten van verliefdheid
Verkennen hoe het verschil tussen man en vrouw in andere culturen beleefd wordt
Vragen kunnen stellen over aspecten van de mense­lij­ke sek­sua­liteitsbe­leving, bv. hetero- en homoseksualiteit
In de bijbelse scheppingsverhalen lezen dat man en vrouw geschapen zijn voor elkaar, dit wil zeggen gelijkwaardig en in relatie tot elkaar
In de bijbelse scheppingsverhalen lezen dat ‘man en vrouw’ zichzelf ontdekken als ‘beeld van God’
Zien dat de bijbelse scheppingsverhalen mensen oproepen om ‘beeld van God’ te worden: gelijkwaardig, vruchtbaar en liefdevol
Begrijpen dat 1 Joh. 4, 7-12 verband legt tussen de liefde van God, van Jezus en van mensen
In levensverhalen van mensen ontdekken dat liefde, die steunt op verbondenheid met God, hen helpt om boven zichzelf uit te stijgen
Uit Jezus’ boodschap in Joh. 15, 12-13 afleiden dat Hij leefde vanuit Gods liefde
Het loflied van Paulus over de liefde (1 Kor. 13, 1-8) verkennen, verdiepen en verwerken
Via verhalen en getuigenissen beluisteren waarom mensen zich aansluiten bij een groep, gemeenschap, vereniging, godsdienst …
Van gedachten wisselen over wat zij zoeken in de groepen waar zij zich zelf bij aansluiten
Verwoorden wat het behoren tot de groep hen bijbrengt en welke bijdrage zij de groep leve­ren
Formuleren wanneer en waarom het goed of niet goed gaat in een groep
Kunnen aangeven wat de eigenheid is van groepen waar zij bij horen (voorwaarden tot toetre­ding, het contract dat men aangaat, spelregels van de groep, instaprituelen …)
Verwoorden wat zij voelen wanneer zij denken aan de stap die zij zullen zetten op het einde van de lagere school (aantrekking, aarzeling)
Ontdekken dat de stap naar de grote wereld heel spannend kan zijn, maar ook pijn kan doen
Voor zichzelf en voor anderen uitspreken wat in een groep, waar ze zich thuis voelen, al of niet bijdraagt tot een veilig levensgevoel
Leren opkomen voor wat zij de moeite waard vinden, vooral als anderen moeite hebben om hen te begrij­pen of te accepteren
De argumenten van hun ouders over ‘het goede van thuis’ kunnen beluis­teren en waarde­ren en daarop met eigen argumenten kunnen reageren
Via inlevingsverhalen en/of rollenspellen reëel voorkomende thuissituaties bespre­ken, en de inge­nomen standpunten en gebruikte argumenten beoordelen op hun waarde
Verwoorden dat het geloof van mensen kleine en/of grote gemeen­schap­pen nodig heeft
Inzien waarom de eerste christenen zich “de familie van de Heer” noemden en elkaar “zusters en broeders” noemden
Verkennen hoe op grote momenten van de kerkge­schiedenis mensen hun overtuigin­gen en waarden afstemden op de kern van het evangelie, bv. de vroeg-christe­lijke kerk, de ar­moe­debeweging van Franciscus, de hervormingsbewegingen (protestantse en katholieke), de christelijk-sociale beweging (Rerum Novarum), het Tweede Vaticaans Concilie
Bespreken hoe en waar de kerk initiatieven neemt om kinderen een eigen plaats te geven in haar midden, bv. in liturgie, in catechese, in het verenigingsleven …
Hun eigen betrokkenheid in de kerk verwoorden
De structuur van de parochie, het bisdom, de wereldkerk … verkennen
Enig zicht hebben op de verscheidenheid van de christelijke kerken
Kennis maken met mensen en groepen die een trekkersrol spelen in geloofsge­meen­schap­pen
Op zoek gaan naar tekenen van aanwezigheid van andere geloofsge­meenschappen in hun omge­ving en er zich over informeren
De beleving en enkele rituelen van andere godsdiensten en levensbeschouwingen verken­nen
Kritisch respect opbrengen voor de bewogenheid waarmee mensen hun godsdienst of levensbeschouwing bele­ven
Verwoorden wat hen aanspreekt en wat ze vreemd vinden in godsdiensten en levens­be­schou­win­gen
Vragen leren stellen over de verscheidenheid aan zinge­vingsverhalen in onze cultuur
De beleving en enkele rituelen van godsdiensten als het jodendom en de islam verkennen
In het levensgetuigenis van mensen als Mahatma Gandhi, Nelson Mandela en Mgr. Oscar Romero, missionarissen … verkennen in welke omstandig­he­den zij hun levenskeuze ge­maakt heb­ben
Ontdekken dat profeten recht en onrecht aanvoelen en van daaruit geëngageerde keuzes maken
Ontdekken hoe Jezus zich liet leiden door de droom van het Rijk Gods
De profeten leren kennen als mensen die hun levenskeuze interprete­ren als een ingaan op de roep­stem van God
Begrijpen waarom mensen die ingaan op Gods droom en roepstem, als ‘beeld van God’ beschouwd worden
De profeet Amos, die onrecht aanklaagde, leren kennen
Enkele psalmen leren kennen als het schreeu­wen van de mens én het roepen van God
De droom van Lucas over de eerste christenen bespreken in Hnd 2, 42-47; 4, 32-35; 5,12-16
De levensverhalen van heiligen bespreken als voorbeelden van mensen die de ge­schie­denis konden omkeren door zichzelf te bekeren, bv. Franciscus, Clara, Don Bosco …
Het verhaal van de roeping van Boeddha bespreken
In concrete beelden beschrijven wat mensen van vandaag en zijzelf het “paradijs” noemen
Hun eigen beleving van de wereld waarin zij geboren zijn en opgroeien, voor mekaar uitdruk­ken, met aandacht voor de werkelijkheid van conflict, geweld, oorlog, vluchtelingen, migranten ..
Enkele voorbeelden uit de grotere wereld bespreken, waar zij mee te maken heb­ben: bv. tech­nisch en econo­misch vernuft, sociale zekerheid, culturele realisaties, ontwikkelingspro­jecten …
Met elkaar van gedachten wisselen over wat zij zouden willen veranderen en verbeteren in hun eigen leefsituatie en in de grote wereld
Songteksten en videoclips bespreken en beoordelen waarin jongeren hun levensge­voel in deze cultuur uitdrukken
Aan de hand van concrete voorbeelden zoeken welke drijfveren het samenleven van men­sen bevor­de­ren, bv. solida­ri­teit, respect, rechtvaardigheid, caritas …
Aan de hand van actuele informatie verkennen waarom mensen en volkeren wel of geen deel hebben aan de welvaart
Onderzoeken hoe zij zelf het samenleven van mensen (kunnen) bevorderen
Onderzoeken hoe zij zelf slacht­offer of aanstoker van geweld en onrecht (kunnen) zijn
Inzien dat de realisatie van de droom van de ene vaak ten koste gaat van de andere
Op zoek gaan hoe en waarom kinderen slachtoffer zijn van sociale en economi­sche wan­toestanden (kinderarbeid, kinderen in de reclame, pesten op school …)
Inzien dat de tegenstelling tussen armoede en welvaart, tussen geweld en vrede tegelijk uit de mens komt en tegen de mens ingaat
Tot het inzicht komen dat welvaart tot welzijn kan worden, wanneer mensen soli­dair zijn
Ontdekken dat de droom van een betere wereld maar werkelijkheid kan worden doorheen overleg, afspra­ken, wetgeving, instellingen en diensten, zowel plaatselijk als nationaal en internatio­naal
In gezamenlijk overleg zoeken welke houding zij kunnen of moe­ten aan­nemen tegen­over bepaalde maatschappelijke situa­ties in hun omgeving
De kans krijgen om zelf initiatieven te nemen rond een concrete situatie
Hun ideeën naar buiten bren­gen en zich daardoor profetisch opstellen
Met de klas en de school aansluiten bij initiatieven als bv. Missio, 11.11.­11, Vredeseilan­den, Wel­zijnszorg, Broe­derlijk Delen, Pax Christi, de Damiaanactie …
Een bruisende activiteit in zichzelf en in de dingen ontdekken
Zich laten uitdagen om zich te verwonderen over natuur, wetenschap en techniek
Vragen stellen over hun afhankelijkheid van wetenschap en techniek, bv. stroom­uitval, autopech, computervirus …
Aan de hand van voorbeelden bespreken hoe wetenschap en tech­niek evolueren als een ant­­­­woord op menselijke pro­blemen en be­hoeften
Zich verwonderen over de mens: een deel van de natuur, dat toch niet opgaat in de natuur
Spelelementen ontdekken die na­tuur en techniek bieden
Zich verwonderen over de schoon­heid van de natuur
Met voorbeelden verduidelijken hoe de natuur de plannen van mensen doorkruist
Positieve verworvenheden van we­ten­schap en techniek onderscheiden, bij­voor­beeld in de ge­­­­­­­­nees­kun­de, ruim­tevaart, com­municatietechniek
Gevaren en negatieve gevolgen van wetenschap en techniek onderkennen
Ontdekken hoe mensen pro­­beren milieubewust te leven en daar­toe we­ten­schap en tech­niek gebruiken
Aan de hand van een voorbeeld ontdekken hoe wetenschap en tech­niek voortdurend oplos­singen (moeten) zoeken om eigen inzichten en realisaties bij te sturen
Ontdekken dat voor heel wat mensen geluk en zinvol leven ook afhankelijk is van de om­gang met natuur en cultuur
De ervaring van de bijbelse mens verwoorden, die in de natuur een spoor ont­dekt van Gods scheppende kracht, bv. door Psalm 8 te lezen als een lof op Gods grote daden
Ontdekken dat stilte, gebed en beschouwing het werken aan een betere wereld kunnen voeden
De kans krijgen om in stilte en gebed de scheppende kracht van mensen (ook van hen­zelf) te vieren ­als een medewerking aan Gods schepping
Ontdekken dat wetenschap en techniek ook ethisch geëvalueerd moeten worden in functie van ­hun dienst aan mens en maat­schap­pij
Ontdekken dat een gelovige wetenschapper zijn werk beleeft vanuit een inner­lijke kracht
Ontdekken hoe sommige godsdiensten en religies op een eigen wijze denken over en om­gaan met de natuur
Inzien hoe de vergoddelijking van na­tuurelementen een cultuur van angst en afhan­ke­lijkheid kunnen voortbren­gen
In verschillende kunstvormen (beeldende kunst, muziek, dans, film …) op zoek gaan naar de inspiratie van de kunstenaar(s)
Op zoek gaan naar het mens- en wereldbeeld dat in kunstwerken tot uiting komt
In religieuze kunst de verwijzing naar God ontdekken
De kans krijgen om zelf hun innerlijke beleving uit te drukken op een muzische manier
Met elkaar in gesprek gaan over de innerlijke bezieling in hun eigen muzisch werk
Een hongerdoek, een icoon, een glasraam, een muziekstuk … ontdekken als een kunst­werk vanuit een gelovige bezieling
Met de klas een gezamenlijk kunstwerk maken n.a.v. een klas- of school­pro­ject

Gevoeligheid voor goed en kwaad.
Zelf vertellen over mensen die zich inzetten voor allerlei activiteiten
Enkele nationale en internationale acties leren kennen, waarin mensen zich engage­ren
Zich informeren over dergelijke engagementen: bron, doel, inspiratie, middelen, reacties …
Een genuanceerd waardeoordeel over zulke engagementen met elkaar bespreken
Nagaan waarom mensen negatief reageren op engagementen
Aan de hand van plaatselijke media een engagementskrant maken over hun omge­ving
Zelf een actie mee opzetten en een project uitwerken
Een jeugdjournaal maken over vor­men van nationale of internationale so­lidariteit
In getuigenissen van geëngageerde mensen lezen of horen wat hen beweegt: verontwaar­di­ging, protest, gevoeligheid voor iets, innerlijke dwang, morele wet
Het engagement en de bewogenheid bespreken van enkele mensen van vroeger en nu
Proberen te verwoorden vanuit welke kracht en motivatie zijzelf zich voor iets inzetten
Ontdekken dat engagement weerstand en ontgoocheling kan teweegbrengen, zowel bij zichzelf als bij anderen
Leren omgaan met schuldgevoelens en onmacht wanneer zij zich niet of niet vol­doende (kunnen) engageren
Een minidebat opzetten omtrent de problematiek achter een bepaald engagement, dit na een degelijke voorbereiding
Lezen hoe Jezus de Tora (o.a. de 10 geboden) samenvat en verder scherp stelt in zijn ‘wet van de liefde’
Verhalen bespreken waarin Jezus dit vertellend aantoont of voorleeft, zo­als: de barm­hartige Samaritaan (Lc 10, 25-37), de rijke jongeling (Mc 10, 17-22), Zacheüs (Lc 19, 1-10), een gene­zing op sabbat (Mc 3, 1-6), de reini­ging van de tempel (Lc 19, 45-48), de overspe­lige vrouw (Joh 8, 1-11), passa­ges uit de berg­rede (Mt 5-7)
Op basis van die verhalen zien dat Jezus’ engagement gedragen werd door liefde voor God en voor de mensen
Ontdekken dat zich geven aan een ander de basis is van goede relaties (vriend­schap, partnerrela­ties, collegiali­teit …)
Weten dat een christelijk engagement steunt op een sterk vertrouwen in de toe­komst
De beleving van liefdevolle zelfgave herkennen in het sacrament van het huwelijk, het pries­ter­schap en an­dere vormen van kerkelijk engagement
De religieuze roeping waarderen als een bijzondere wijze om enga­gement te beleven
Zien dat mensen zich vanuit verschillende overtuigingen engageren door een vorm van zelfgave
Verwoorden hoe zij het engagement van Jezus evalueren en waarderen
Een voorzichtige en berekenende le­venshouding leren evalueren (“voor wat hoort wat”-menta­liteit, ik heb er ook voor moeten werken, als ik het maar goed heb …)
Een schilderij uit de reeks ‘Zelfgave’ van Felix De Boeck bespreken

Openkomen voor geloofstaal, symboliek en rituelen.
Eigen ervaringen en ervaringen van anderen in verband met ‘vuur’ in verschillende situa­ties bespreken, zoals: vuur in de keuken, haard­vuur, kampvuur, vuur van de smelt­­oven, brand, vulkaan, kaarslicht, fakkeltocht …
Aan deze ervaringen uiteenlopende betekenissen koppelen, zoals bv. warmte, ge­zellig­heid, licht, bedreiging, onmacht, vernietiging, loutering, zuivering …
In een woordenboek zoeken naar adjectieven en samenstellingen in verband met vuur, zoals: vurig, vurigheid, vuur­dood, vuurdoop …
De symboliek van vuur verkennen in rituelen van verschillende godsdiensten, zoals: het branden van wierook, lijkverbranding bij de Hindoes, rituelen rond de zon, brandoffers …
De symboliek van vuur verkennen in gebruiken als: het aansteken van de olympi­sche vlam, het aanwakkeren van de vlam op het graf van de onbekende soldaat …
Het gebruik van vuur als symbool verkennen in de paasliturgie, zoals: het paasvuur, de paas­kaars, de doop­kaars …
Weten waarom mensen bij verschillende gelegenheden een kaars aansteken
De symboliek kennen van de fakkel van het humanistisch verbond
De kans krijgen om in een klasritueel de symbolische betekenis van vuur in hun leven uit te drukken
Volksgebruiken in verband met vuur verkennen, zoals: het ontsteken van kaarsen bij heili­genbeelden en in bede­­­vaartplaatsen, het houden van kaar­sen­processies, het houden van fakkeltochten, het Sint-Jansvuur, het Sint-Maartensvuur …
In het verhaal van het brandend braambos (Ex 3) lezen hoe God aanwezig is in ‘vuur dat niet verbrandt’
Begrijpen hoe Mozes door het brandend braambos tegelijk wordt aang­etrok­ken en afge­schrikt
In het exodusverhaal (Ex 13, 21-22) lezen hoe de nabijheid van God wordt uitge­drukt door het beeld van een vuurzuil die ’s nachts voor het volk uitgaat
Het Pinksterverhaal (Hnd 2) bespreken, waar de H. Geest wordt gesym­boli­­­­­­­­­­seerd door “vurige ton­gen”
De roeping van de profeet Jesaja (Js 6) lezen, waar een engel met een gloeiende kool de mond van de profeet “zui­vert”
In het boek van de Handelingen en in brieven van Paulus ontdekken hoe deze apostel gedre­ven werd door een “heilig vuur”
De ‘helende’ werking van vuur verkennen: vuur dat loutert, zuivert, een nieuw begin moge­lijk maakt …
De symboliek van het Pinksterverhaal (Hnd 2) in verband brengen met de viering van het vormselsacrament
Zich in de personages van het verhaal inleven
De symbolische betekenis vatten van voorwerpen en situaties die in de verhalen voor­komen
De tekst verstaan als uitdrukking van geloof, hoop en liefde, door te ontdekken wat er gezegd wordt over de relatie tussen God en mens en tussen mens en wereld
In de tekst een oproep tot geloof, hoop en liefde vinden
Hun indrukken in verband met een verhaal tot expressie brengen: in woord, drama, muzi­sche expressie, enz.
Reflecteren op het gods- en Jezusbeeld dat spreekt uit verhalen en teksten
Reflecteren op de betekenis van het verhaal voor mensen van vroeger en nu en denken erover na hoe aspecten van de Bijbelse boodschap een invloed kunnen hebben op hun eigen manier van denken, zijn en doen
De relatie kunnen zien tussen de onderwerpen die in de loop van het jaar aan bod komen en aspecten ervan die in de verhalenreeks ter sprake komen
Aspecten van de boodschap van een verhaal kunnen actualiseren en in verband brengen met verschillende relatievelden in hun eigen bestaan, voor de derde cyclus ligt hierbij het accent vooral op het relatieveld ‘zij – ik – zij’
Ze ontdekken in de brieven van Paulus zijn geloofsgetuigenis
Concrete verhalen vertellen die hen geholpen hebben om “groot” te worden
Enkele boeken bespreken die een rol spelen (heb­ben gespeeld) in hun leven of in dat van andere mensen
Verwoorden welke waar­den en inzichten er “meegegeven” worden in avonturen­boeken, naast de (ont)spanning
Enkele succesvolle jeugdauteurs evalueren op basis van de waarden of de levens­vragen die zij in hun boeken aan bod laten komen
Kennismaken met enkele beroemde boekwerken of auteurs die een rol spelen (gespeeld hebben) in de samenleving of zelfs de geschiedenis veranderd hebben
Ontdekken hoe mensen in allerlei culturen verhalen vertellen om hun levenswijsheid door te geven van generatie op generatie
De herkomst (volk, godsdienst) van enkele “heilige boeken” (o.a. de Thora, de Koran, de Bijbel) kennen
Enkele religieuze inzichten uit “heilige boeken” bespreken, die voor de gelovi­gen van de betrok­ken religies oriënterend zijn (bv. uit de Thora: het verbond tussen God en Israël; uit de Koran: Allah is de énige God; uit het Evangelie: God doet mensen opstaan, ook uit de dood)
Ontdekken hoe “heilige boeken” mensen in beweging zetten
Weten dat er in het Oude Testament drie grote delen zijn: Thora, profeten, wijs­heidsboe­ken
Weten dat er in het Nieuw Testament 4 evangelies zijn, brieven en andere boeken
Respectvol omgaan met “heilige boeken”
Kennismaken met rituelen van eerbied waarmee godsdiensten hun “heilig boek” omge­ven (o.a. joden met de Thora, moslims met de Koran, christenen met het Evan­ge­lie)
Een mythisch verhaal (bv. uit de Germaanse, de Griekse, de hindoeïstische of de indiaan­se mytho­lo­gie) interpreteren als een (gelovig) antwoord op een levens­vraag
Verkennen hoe het Exodusverhaal spreekt over Gods bevrijding van mensen in alle tijden
Lezen hoe de profeet Elia de trouw aan de Tora aan het Joodse volk voorhoudt als “levenslijn” in slechte tijden
Ontdekken dat het Oude Testament voor Jezus, zowel als voor de evangelisten, het “heilig boek” is
Raakpunten ontdekken tussen christenen, joden en moslims door gemeenschappe­lijke elementen in hun heilige boeken
Inzien dat Joden bezwaar kunnen hebben tegen de term ‘Oude’ Testament en dat daarom ook over het ‘Eerste Testament’ gesproken wordt
Enkele belangrijke personen en gebeurtenissen situeren op een tijdlijn
De symbooltaal van een mythisch verhaal uit het O.T. (bv. Ark van Noach, Toren van Babel, …) begrijpen
Weten dat het Nieuwe Testament een getuigenis is van het geloof in Jezus Christus
Inzien dat de term ‘Nieuwe’ Testament voortbouwt op het Oude Testament
Het jood-zijn van Jezus verkennen
Onderscheid maken tussen woorden en verhalen van Jezus (bv. parabels) en verha­len over Jezus (bv. genezingsverhalen)
Bespreken hoe het verhaal van Jezus Gods bevrijding in het leven van mensen aanwezig brengt
Verwoorden dat de verrijzenis van Jezus voor de evangelisten de bevestiging en de vervul­ling van zijn levenskeuze was
In de pinkstertoespraak van Petrus (Hnd 2) ontdekken dat het paasgeloof de leerlin­gen in bewe­ging zette, o.a. om over Jezus te begin­nen vertellen
Een parabel over het “Rijk van God” kunnen begrijpen als een metafoor voor een samen­leving die Gods Liefde tracht te verwezenlijken
De beeldtaal van een N.T.-wonderverhaal ontdekken, bv. de bruiloft te Kana (Joh 2, 1-12), de storm op het meer (Lc 8, 22-25)
Kort kennismaken met: de plaats van de Bijbel in de liturgie (woorddienst), de betekenis van de homilie (Bijbel interpreteren en actualiseren), Bijbelse verhalen achter enkele hoogtepunten uit het kerkelijk jaar (bv. advent, Kerst­mis, veertigdagentijd, Goede Week, Pasen, Pinksteren, Hemelvaart), de Bijbelse achtergrond van enkele sacramenten (bv. doopsel, eucharistie, zieken­zalving)
Bijbelse wortels ontdekken van vormen van maatschappelijke dienstbaarheid (bv zieken­zorg) en bewogenheid (bv. advents- en vastenacties)
Enkele Bijbelse taferelen herkennen in de beeldende kunst (bv. glasramen, schilde­rijen) en in de muziek (bv. Matteüspassie, The Messiah, negro-spirituals, kerkliede­ren)
Enkele Bijbelverhalen uitkiezen die zij belangrijk vinden voor alle mensen
Ontdekken dat mensen in de Bijbel inspiratie vinden voor hun dagelijks leven
De Bijbelse herkomst van het ‘weesgegroet’ en het ‘onzevader’ kunnen aanduiden
Enkele Bijbelse spreuken, zegswijzen of beelden kunnen noemen, die in de dagelijk­se omgangstaal leven (bv. “van Pontius naar Pilatus lopen”, “zijn kruis dra­gen”, …)
In een leerwandeling in de plaatselijke kerk of kapel zoveel mogelijk Bijbelse verwijzin­gen herkennen
Enkele Bijbelse symbolen uit de christelijke cultuur en iconografie herkennen (bv. Gods aanwezigheid in het tabernakel = de tent van Jahwe, het kruis, vijf broden en twee vissen, de duif, het lam, …)
Filmkunst leren kennen die teruggaat op Bijbelse thema’s of verhalen
De symbolen van de Advent (bv. adventskrans, groen, rood, kaarsen, groeiend licht, …) herkennen in verha­len over vóór­chris­telij­ke natuur­fees­ten
In verhalen over voorchristelijke natuurfeesten enkele teksten van profeten lezen uit de liturgie van de zondagen van de advent
Johannes de Doper leren kennen, zoals hij ter sprake komt in de liturgie van de advent
De band ontdekken tussen advent, Kerstmis en de inzet van christenen voor mensen in de vierde wereld
Maria leren kennen als gelovige vrouw in deze verwachtingstijd
Werken rond het concrete thema dat door de actie Welzijnszorg centraal wordt ge­steld
De kerstverhalen (Lc en Mt) lezen als verhalen waarin christenen hun geloof in Jezus als de Messias, de Zoon van God, uitdrukken en niet als historische verhalen
Kritisch bespreken hoe de eigenlijke kern van het kerstfeest omkaderd is met folklore, sfeer­schep­ping, gezelligheid
De band leggen tussen de actie Welzijnszorg en Kerstmis
Kennis maken met het Diwali-feest bij de hindoes en het Chanoeka-feest bij de joden (ook lichtfeesten)
De kern van het kerstfeest ontdekken in andere culturele, sociale en klimato­logische contex­ten
Geactualiseerde kerststallen maken, d.i. figuren en decor vanuit de actualiteit aan­kleden en inkleden
De veertigdagentijd ontdekken als een ‘woestijntijd’ waarin christenen zich voorbe­reiden op het paasfeest door te bidden, soberder te leven, aandacht te hebben voor de mede­mens en stappen van bekering te zetten
Het ritueel van het askruisje ontdekken (vergankelijkheid en relativiteit van alles wat leeft)
De actie Broederlijk Delen in de Veertigdagentijd leren kennen als zinvol initiatief van soli­dariteit met mede­men­sen in de Derde Wereld
Naar aanleiding van de actie Broederlijk Delen, de band zien tussen de veertigda­gen­tijd als voorbereiding op Pasen en het engagement van christenen voor men­sen in de derde wereld
De beleving, de duiding en rituelen van het vasten verkennen in de islam, in het christen­dom en bij de joden
Ontdekken hoe kinderen, jongeren en volwassenen in de plaatselijke kerkgemeen­schap­pen de veertigdagentijd beleven
Werken rond het concrete thema dat door de actie Broederlijk Delen centraal wordt ge­steld
Een geactualiseerde kruisweg maken, d.i. personen en decor inkleden en aankleden vanuit de actualiteit
Ontdekken in de verhalen over de laatste dagen van Jezus (de Goede Week) waar het bij Hem In wezen om te doen was
In de verrijzenisverhalen de overtuiging van de christenen herkennen dat God de levens­keuze en de levensgave van Jezus bevestigt
De joodse achtergrond van het christelijk paasfeest leren kennen: het Pesach-feest
De paasboodschap herkennen in het verhaal van de leerlingen van Emmaüs (Lc 24, 13-35)
Op een creatieve wijze werken met de paassymbolen: o.a. paasvuur, paaskaars, doop­water, even­tueel ook paaseieren
Op een creatieve wijze werken met tekens van leven in de natuur (lente)
Het hemelvaartverhaal (Hnd 1,1-11) ontdekken als een afscheidsverhaal dat de verschij­ningsver­halen na Pasen afsluit
De belofte ‘Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest’ interpreteren als ‘Gij zult vurig worden, bewogen worden door …’
De opdracht om getuigen te zijn interpreteren als een appèl tot engage­ment
De verbinding maken tussen Hemelvaart en het Rerum Novarum­feest van de chris­telijke arbeidersbeweging
In het pinksterverhaal (Hnd 2, 1-13) de vervulling van de belofte van het hemel­vaart­verhaal ontdekken
Het enthousiasme waarderen, waarmee de apostelen en andere mensen zich door God (Gods kracht, Gods Geest) laten bewegen om mee te werken aan zijn Rijk
De viering van het Pinksterfeest als een jaarlijkse vernieuwing van dat enthousi­asme ontdek­ken
De band zien tussen het Pinksterfeest en het sacrament van het vormsel
De symboliek van het pinksterverhaal, (nl. vuur, wind en talen) doortrekken naar hun eigen leven
Het boek Handelingen verkennen als een relaas over ‘hoe de Geest de eerste chris­tenen in bewe­ging heeft gebracht’
Het vormsel zien als een bevestiging van hun eigen verantwoordelijkheid en hun verbon­denheid met de Kerk
De relatie leggen tussen het bijbels Babelverhaal in Gn 11 (verscheidenheid onder de men­sen) en het pinksterverhaal in Hand 2, 1-13 (eenheid onder de mensen)
Allerheiligen kunnen duiden als het feest van verbondenheid met alle men­sen die leefden en leven vanuit het evangelie
Enkele ‘heiligen’ (hun patroonheilige, bekende heiligen …) leren kennen via de waarden die ze beleefden
Weten dat de christelijke geloofstraditie getuigt van haar geloof in een leven over de dood heen (zie leerinhoud niveau 2: ‘Grenzen van het leven’)
Allerzielen kunnen duiden als de gedachtenis aan en uitdrukking van de verbonden­heid met de men­sen uit eigen omge­ving die gestorven zijn
Allerheiligen en Allerzielen kunnen duiden als gedachtenis aan mensen die verder leven bij God
Stil kunnen worden bij de gedachtenis aan mensen die gestorven zijn
Zien dat de waarden waarnaar bepaalde heiligen leef­den, ook nu belang­rijk zijn
De levenswijze van enkele heiligen toetsen aan bepaalde evangelieteksten die ze kennen
Zien dat mensen in alle culturen hun overledenen gedenken in riten en symbolen
Via beelden en verhalen enkele dodenrituelen, ook uit andere culturen, leren ken­nen
Enkele passages uit het evan­gelie leren, bv. de boodschap aan Maria (Lc 1, 26-38), de op­dracht van Jezus in de tempel (Lc 2, 22-39), de twaalf­ja­rige Jezus in de tempel (Lc 2, 41-52), Maria bij het kruis (Joh 19, 25-27) …, waarin ze Maria leren kennen als een bewuste, joods-gelo­vige vrouw
Begrijpen dat Mariafeesten gegroeid zijn vanuit de eeuwenlange gelovige waarde­ring voor en ver­ering van Maria
Zoeken welk beeld van Maria duidelijk wordt in het Magnificat (Lc 1, 46-55)
Weten dat gelovige mensen hun vertrouwen in Maria uitdrukken in bedevaarten, kapelle­tjes, pro­ces­sies, de rozen­krans, gebeden, liederen …
Enkele titels voor Maria kunnen toelichten, bv. Moeder Gods, Onze Lieve Vrouw, Heilige Maagd, Onze Lieve Vrouw van Smarten
Kijken naar iconen, schilderijen en beelden van Maria


Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

Geef een reactie

Ontdek meer van Inhuisonderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder