ZILL leerplandoelen tot 8 jaar – huisonderwijs ontwikkeldoelen

Hieronder de ZILL leerplandoelen tot 8 jaar.
De leerplicht geldt vanaf 5 jaar en dus zullen de leerplandoelen een houvast en leidraad kunnen bieden in het toewerken naar de eindtermen basisonderwijs.

Vorige:
Leerplandoelen tot 6 jaar.
Leerplandoelen Godsdienst kleuters (tot 6 jaar).
Leerplandoelen tot 7 jaar.

Lees deze blogpost voor alle wetgevingen en regels rond huisonderwijs.
In deze blogpost neem ik je bij de hand en vullen we samen de verklaring van huisonderwijs in bij inschrijven van jouw kind voor huisonderwijs.
Wat zijn leerplandoelen, ontwikkeldoelen, onderwijsdoelen?
In deze blogpost zet ik het even allemaal op een rijtje voor jou.

Hoe ga je aan de slag met deze leerplandoelen? Op deze pagina geef ik je de
handleiding voor deze ultieme gids.

Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

(2,5-8jaar)

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN
Meetkunde.

-Onderzoeken van het begrip “evenwijdigheid” door actief ervaringen in de omgeving op te doen
-Onderzoeken van de begrippen recht, recht-op door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van spiegelbeelden door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van gelijkheid van vorm en grootte in de omgeving

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische grondhouding.

-Zich bewust worden van interesse in expressievormen en dit aangeven of laten blijken in (spontane) persoonlijke keuzes – bij zichzelf ervaren wat goed lukt en dit uitdrukken – met ondersteuning een (eigen) creatie presenteren voor vertrouwde personen in een veilige omgeving
-In spontane expressie zichzelf zijn – een persoonlijke stijl tonen

Muzische vaardigheid.
-Een beeldspel spelen onder begeleiding – spontaan spelen met beeldend spel, bouwmateriaal … (individueel of in groep) – spelen met (constructie)materialen
-Een muziekspel spelen onder begeleiding (en met ondersteuning) – spontaan spelen met stem, geluid, instrumenten, materialen … (individueel of in groep) – actief meedoen bij een speellied (met of zonder begeleiding)
-Spontaan spelen met doen alsof (individueel of in groep) – handelingen nabootsen – herkenbare situaties en rollen spelen – fantasierollen spelen – een dramaspel spelen onder begeleiding – spelen met stem, mimiek, lichaam, attributen en verkleedmateriaal

MEDIAKUNDIGE ONTWIKKELING
Mediavaardigheid.

-Audiovisuele mediamiddelen waarnemen en er zich over verwonderen

ONTWIKKELING VAN INTIATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Gezonde en veilige levensstijl.

-Weten wanneer iemand ziek, gezond of gewond is
-Weten dat sommige planten en producten giftig zijn en dat men ziek kan worden door ze in te nemen – giftige planten en producten in de eigen omgeving herkennen


(3-8jaar)

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische vaardigheid.

-Een dansspel spelen onder begeleiding – spontaan spelen met bewegingen (individueel of in groep) – bewegen bij dans- en speelliederen


(4-8jaar)

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN.
Meetkunde.

-Onderzoeken en vaststellen van vlakke figuren door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen uit de omgeving en met vlakke figuren, en daarbij woorden gebruiken zoals rond, driehoekig, vierhoekig
-Vlakke figuren vergelijken volgens zelf gekozen kenmerken

Meten en metend rekenen.
-Twee of meer dingen kwalitatief vergelijken volgens grootte, gewicht, lengte, volume, tijdsduur, temperatuur, snelheid … en daarbij woorden gebruiken zoals groter, kleiner, langer, donkerder, even zwaar, korter, sneller – dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of meer gemeenschappelijke kenmerken
-Ervaren en illustreren dat sommige handelingen niets veranderen aan de grootte van de dingen
-Handelend dingen gelijk of ongelijk maken op basis van een kwalitatieve vergelijking
-Handelend dingen rangschikken op basis van een kwalitatieve vergelijking
-Onderzoeken van het begrip hoek door te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen en daarbij de woorden hoek, rechte hoek, grote hoek, kleine hoek gebruiken

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Omgaan met bewegingsruimte en -tijd.

-Bewegingsrichtingen herkennen en die kunnen opvolgen vanuit verbale opdrachten – pictogrammen in verband met richtingen als symbolen hanteren
-Vlot van bewegingsrichting kunnen veranderen
-De meest efficiënte bewegingsbaan kiezen in diverse contexten zoals in een bepaalde opstelling van toestellen, in een spel…
-Handelend rekening houden met een te overbruggen afstand

SOCIO-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Rationele vaardigheden.

-Correct informatie (door)geven bij een opdracht – organiseren wat een kleine groep leeftijdsgenoten kan doen in een bepaalde speelhoek of bij een taak – aan anderen tonen hoe iets goed kan uitgevoerd worden – controleren of anderen zich aan de regels en afspraken houden
-Leeftijdsgenoten betrekken bij activiteiten en bij de groep – een idee delen met anderen
-Correct uitvoeren wat iemand voordoet – richtlijnen opvolgen – leiding kunnen volgen –
toelaten dat iemand anders leiding neemt in het samenspel – na instructie van leeftijdsgenoten een opdracht uitvoeren – meedoen met een vooropgesteld groepsdoel
-Wanneer iets niet lukt, kunnen kiezen voor oplossingen die anderen aanreiken
-Tonen wanneer men hulp nodig heeft – gericht hulp vragen, na het eerst lang genoeg zelf te hebben geprobeerd – wat iemand voor hen doet niet zomaar vanzelfsprekend vinden – ingaan op een voorstel van anderen die je willen helpen


(5-8jaar)

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische geletterdheid.

-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*natuurlijk licht en kunstlicht
*lichtrichting
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*een grondlijn (horizon) in beeldend werk
*ruimtegevoel door aanzichten met elkaar te combineren
*afsnijding en overlapping
*verschillende standpunten bij een beeldend werk
-Bewust waarnemen, verbeelden en benoemen van soorten lijnen: gegolfd, hoekig, zigzag, vloeiend, dik, dun, rafelig …
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*verschillende tweedimensionale basisvormen : kubus, cilinder, piramide, kegel …
*verschillende vormen in een samengestelde tweedimensionale vorm
*eenvoudige patronen
*lichaamsvormen van mensen en dieren
*versiering die het karakter van een vorm versterkt
*symmetrie
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*het onderscheid tussen kleuren
*de kleurencirkel
*secundaire kleuren: oranje, groen, paars
*emoties in kleuren
*heldere en donkere kleuren
*accentueren door kleurgebruik
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*verschillende texturen: hard, zacht, ruw, glad, harig, stekelig, blinkend …
*texturen en hun afdruk
-Bewust waarnemen, verbeelden en benoemen van:
*een ordening die symmetrisch, centraal of diagonaal is
*ritme door de herhaling van lijn, kleur en vorm
*kleur-, lijn- en vormcontrast in een beeldend werk
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding spelen met:
*klankeigenschappen: duur, hoogte, kleur, sterkte en richting
*nuances van muzikale tegenstellingen: luider – stiller, hoger – lager, samenklank – solo, voorwerp – instrument, lawaai – muziek, richting – afstand …
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren en bedenken van:
*ritmische variaties
*twee- en drieledige maatsoorten
*het ritme van een muzikale zin
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren en bedenken van:
*eenvoudige melodieën en melodische motiefjes
*een melodisch thema
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*tempowisselingen in een contrastrijk muziekstuk
*muziekstukjes (vocaal en instrumentaal) in verschillende tempi
*een aangehouden tempo
*een traag/snel tempo in een zelf ontworpen klankstuk
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*schakeringen in klank- en toonsterkte
*staccato of legato
*duidelijke variaties in klank- en muziekstukken: meer geluid, minder geluid en stilte
-In een lied of klankstuk of in een grafische muzieknotatie bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*muzikale zinnen in een lied
*herhaling, variatie en contrast in een muziekfragment
*melodie- en ritmepatronen
*echo, herhaling, eenvoudige structuren en ostinaten
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding deelnemen aan:
*samen zingen
*orkestgebonden samenspel op verschillende instrumenten
*een solo-instrument of solostem in een contrastrijk muziekstuk
-Bewust beleven en herkennen van:
*duur en tempo in bewegingen
*cadans
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren en bedenken van:
*een eenvoudige bewegingszin
*een eenvoudige dansstructuur
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*gespannen en ontspannen
*zware en lichte bewegingen
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*beweging met het hele lichaam en met lichaamsdelen (isolaties)
*verschillende tegengestelde vormen (open/gesloten, hoekig/rond) die je met het lichaam kan aannemen
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*verplaatsingen in een afgesproken richting en opstelling
*bewegingen via vloerpatronen
*bewegingen in ruimtelagen
-Bewust beleven, herkennen en onder begeleiding uitvoeren van:
*eenvoudige, synchrone bewegingen
*bewegingen die inspelen op de bewegingen van anderen
-Bewust beleven en herkennen van:
*inleving in een gekend of verzonnen personage
*houdingen en bewegingen van een personage
*typische kenmerken van een personage via lichaamstaal (met attributen, kledij) en stemgebruik
*rolvastheid
-Bewust beleven en herkennen van:
*handeling horend bij een personage, ruimte of situatie
*het gevarieerd weergeven van een eenvoudige handeling of situatie
*taalspel
-Bewust beleven en herkennen van:
*het bedenken van eenvoudige probleemsituatie vanuit een vooraf geschetste situatie
*de opbouw van een eenvoudig verhaal, stuk met een begin en midden
-Bewust beleven en herkennen van:
*grote accenten in een verbeelde tijdsbeleving
*de tijd nodig om een scène te spelen
-Bewust beleven en herkennen van:
*het gebruik van de ruimte
*het weergeven van een eenvoudige ruimte door gepaste handelingen en personages
*het inrichten van een speelruimte (decor) met voorwerpen
-Bewust beleven en herkennen van:
*het aandacht geven aan verschillende andere spelers
*het inspelen op de spelsituatie waarin meerdere spelers betrokken zijn
*vanuit een rol of situatie reageren op andere leerlingen
-Een (eigen) betekenis geven (emotie, verbeelding …) aan wat men in kunst en muzische expressie ervaart en beleeft – voor eigen emoties, ervaringen en ideeën een passende vormgeving kiezen

Muzische vaardigheid.
-Oefenen in het schilderen met verschillende materialen en het beschilderen van volumes – oefenen met eenvoudige druktechnieken
-Oefenen in het boetseren: uit één stuk, door weghalen …
-Oefenen in het maken van collages met combinaties van verschillende soorten papier – oefenen met verschillende hechttechnieken – oefenen in het maken van constructies en assemblages
-Zingen met aangepast stembereik (do’ – do’’), met aandacht voor articulatie en zuiverheid – onder begeleiding experimenteren met zingen van eenstemmige en ritmisch eenvoudige liedjes in verschillende maatsoorten – oefenen op eenvoudige liedjes met duidelijke vorm/structuur

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Omgaan met bewegingsruimte en -tijd.

-Bewegingen aanpassen aan de vooropgestelde duur – de eigen beweging doelgericht onderbreken en laten volgen door een andere
-De eigen beweging aanpassen aan een opgelegd metrum of ritme dat regelmatig of onregelmatig kan zijn

MEDIAKUNDIGE ONTWIKKELING
Mediageletterdheid.

-Bewust beleven en herkennen van:
*verschillende (digitale) geluidsbronnen
*voor- en achtergrondgeluiden
-Bewust beleven en herkennen van:
*verschillende lichtbronnen
*eenvoudig spel van licht (schaduw en effecten)
-Bewust beleven en herkennen van:
*dichter en verder in een beeld
*hoog en laag standpunt
-Bewust beleven en herkennen van:
*de volgorde van beelden, geluiden
*opvallende herhalingen binnen een reeks beelden, geluiden
*de wisselwerking tussen beeld en geluid
-Bewust beleven en herkennen van duidelijke bewerkingen van en toevoegingen aan beelden

Mediavaardigheid.
-ICT-basisvaardigheden ontwikkelen voor het bedienen van mediamiddelen waaronder: swipen , muisvaardigheden, toestel aan- en afzetten, selecteren, openen en sluiten van applicaties , venster minimaliseren, maximaliseren en sluiten …


(6-8jaar)

TAALONTWIKKELING
Schriftelijke taalvaardigheid Nederlands.

-Ontsleutelen van:
*eenlettergrepige woorden met eenvoudige structuur: klinker/tweeklank – medeklinker, medeklinker-klinker/tweeklank, medeklinker-klinker/tweeklank-medeklinker
*tweelettergrepige woorden: meervoudsvorm van zelfstandige naamwoorden, grondwoorden met voor- en achtervoegsels, verkleinwoorden, werkwoordsvormen
*eenlettergrepige en tweelettergrepige woorden met medeklinkerclusters vooraan en achteraan
*eenvoudige en frequent gebruikte samengestelde woorden
-Woorden als één geheel lezen – woorden steeds automatischer herkennen
-De functie van leestekens ontdekken: punt, vraagteken, uitroepteken, komma, dubbele punt

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN
Getallenkennis.

-De vergelijking voorstellen met de symbolen =, ≠, <, >, binnen het getalbereik tot 100
-Een rangorde aangeven met rangtelwoorden en de termen ‘eerste’, ‘middelste’, ‘laatste’, ‘vorige’, ‘volgende’, ‘voorlaatste’, ‘juist voor’, ‘juist na’ kennen en gebruiken
-Een natuurlijk getal gebruiken om een hoeveelheid, een rangorde, een maatgetal, een code en een bewerking aan te geven
-Onderzoeken en vaststellen van negatieve getallen in betekenisvolle situaties zoals bij temperatuur en kelderverdieping
-Onderzoeken van de begrippen delen en verdelen in betekenisvolle situaties en daarbij de termen zoals delen, verdelen, gelijke delen, de helft, een half, een kwart, anderhalf kennen en gebruiken
-Informeel afronden en daarbij gebruik maken van woorden zoals ruim, bijna, in de buurt van, ongeveer

Rekenvaardigheid.
-Informeel schatten om de uitkomst van een berekening bij benadering te bepalen

Meetkunde.
-Een ruimtelijk patroon in één dimensie verderzetten en veranderen volgens een voorschrift
-Ruimtelijke begrippen voor plaats en richting handelend toepassen vanuit het eigen standpunt en andermans standpunt en van voorwerpen tegenover elkaar in de werkelijke ruimte
-Onderzoekend en vaststellend de volgorde van voorwerpen in een voor- en zijaanzicht bepalen.
-Eenvoudige twee- en driedimensionale constructies nabouwen
-Onderzoeken en vaststellen van punten, lijnen en vlakken door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen en meetkundige figuren en daarbij de termen recht, gebogen (krom), gebroken, vorm, oppervlak, lijn, punt, lijnstuk, rechte kennen en gebruiken
-Bij vlakke hoeken de begrippen hoek, hoekpunt, benen, overstaande hoeken (in vierhoeken) kennen en gebruiken
-Rechte, stompe en scherpe hoeken herkennen, benoemen, tekenen, noteren, classificeren

Meten en metend rekenen.
-Weten en illustreren vanuit concreet handelen dat gewicht niet altijd samenhangt met grootte
-Een gewicht schatten en bepalen met behulp van een natuurlijke maateenheid en het meetresultaat noteren en vergelijken met de schatting
-Weten en verwoorden vanuit concreet handelen dat het resultaat van een gewichtsmeting uitgedrukt kan worden in kilogram of daarvan afgeleide maateenheden – en daarbij woorden zoals zwaar, licht, zwaarste, lichtste, gewicht kennen en gebruiken
-De maateenheid kilogram en het symbool (kg) kennen, lezen en gebruiken
-Een inhoud schatten en bepalen met behulp van een natuurlijke maateenheid en het meetresultaat noteren en vergelijken met de schatting
-Weten en illustreren vanuit concreet handelen dat het resultaat van een inhoudsmeting uitgedrukt kan worden in liter of daarvan afgeleide maateenheden – en daarbij woorden gebruiken zoals vol, leeg, even vol, meer, minder – de term inhoud kennen en gebruiken
-De maateenheid liter en het symbool (l) kennen, lezen en gebruiken
-Een lengte schatten en bepalen met behulp van een natuurlijke maateenheid en het meetresultaat noteren en vergelijken met de schatting
-Weten en illustreren vanuit concreet handelen dat het resultaat van lengtemeting uitgedrukt kan worden in meter of daarvan afgeleide maateenheden en daarbij woorden zoals lang, langer, langste, kort, korter, kortste, even lang, lengte, breedte, diepte, hoogte, dikte – de termen lengte, omtrek en afstand kennen en gebruiken
-De maateenheden meter en decimeter en de symbolen (m, dm) kennen, lezen en gebruiken
-Onderzoeken van het begrip temperatuur als ‘wat is de temperatuur?’ door actief ervaringen op te doen in de omgeving en daarbij woorden gebruiken zoals thermometer, koud(er), warm(er), vriezen, graden, temperatuur
-Tijdsduur berekenen op een kalender in dagen binnen de periode van een week
-Tijdsbeleving ervaren, inzien en illustreren dat tijdsbeleving subjectief is
-Ervaren, inzien en illustreren dat de analoge klok en de digitale klok hulpmiddelen zijn waarmee je kan vaststellen hoe laat het is
-Betekenisvolle kloktijden zoals “De school begint om negen uur” “De speeltijd is om tien uur” begrijpen en gebruiken
-Hele en halve uren op de analoge en digitale klok aflezen
-Termen zoals (op) tijd, tijdstip, tijdsduur, kwartier, halfuur, uur kennen en gebruiken
-De maateenheden voor tijd (uur, minuut, seconde), hun symbolen (u., min. sec.) en de onderlinge verhouding kennen
-Referentiematen voor tijd kennen en gebruiken bij het schatten

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische grondhouding.

-Het kunstzinnige in de omgeving speels en gerichter exploreren – nieuwsgierig zijn naar kunst en ervan kunnen genieten – ervoor openstaan dat smaken verschillen
-Plezier beleven aan het gebruiken van de eigen verbeelding in een muzische context – verder denken dan het gebruikelijke – (onder begeleiding) op zoek gaan naar een creatieve, fantasievolle vormgeving
-Oog hebben voor muzische prikkels in het dagelijks leven – kansen grijpen om zich muzisch uit te drukken
-Beseffen dat men geraakt kan worden door de expressie van anderen en nieuwsgierig zijn naar wat de uitvoerder (kunstenaar, andere kinderen) wil uitdrukken – met ondersteuning van de leraar eigen muzisch handelen afstemmen op anderen

Muzische geletterdheid.
-Participeren aan een gevarieerd aanbod aan kunst en cultuur, in gesprek gaan met kunstenaars, cultuurwerkers en ambachtslui – communiceren over cultuurervaringen en die creatief verwerken – actief kennismaken met een gevarieerde waaier aan liederen, muziekstukken, verhalen, dansen, beeldende kunstwerken …
-Kiezen uit een waaier van muzische domeinen, werkvormen en vormgevingsmiddelen die het best aansluiten bij wat men wil uitdrukken

Muzische vaardigheid.
-(Onder begeleiding) samenwerken met anderen vanuit een gemeenschappelijk (muzisch) doel
-Oefenen op verschillende bespeelmogelijkheden en zoeken naar verschillende klankkleuren op een instrument – eenvoudige korte muziekstukken met instrumenten en materialen uitvoeren – oefenen op het instrumentaal begeleiden van liedjes
-Experimenteren met eenvoudige grafische partituren (uitvoeren, ontwerpen) – muzikale tegenstellingen en herhalingen grafisch vastleggen en spelen
-Componeren van korte klankstukken met herhalingen en stiltemomenten
-Experimenteren met bewegingen op muzikale tegenstellingen en structuur
-Experimenteren met het hele lichaam en met afzonderlijke lichaamsdelen tijdens het dansen – onder begeleiding bewegen vanuit een bewegingskwaliteit – bewegingen improviseren die aansluiten bij een thema of verhaal
-Met (verbale) ondersteuning een dansopstelling en beginhouding innemen – in groepsverband op verschillende manieren op een lied bewegen – in tweetallen / twee groepen elk een andere beweging uitvoeren
-Onder begeleiding eenvoudige bewegingszinnen en bewegingsreeksen ontwerpen – experimenteren met het ontwerpen van een eenvoudige grafische notatie, in groep en met begeleiding
-Oefenen op het hanteren van poppen, figuren (schim, masker) en objecten en het spelen van een aantal eenvoudige handelingen – oefenen op aangepast stemgebruik – handelingen verzinnen met attributen (herdefiniëren)
-Reageren op de probleemstelling (dramatisch conflict) vanuit de leraar-in-rol en met de stem (tekst) en het lichaam (handeling) erop inspelen – eenvoudige regieaanwijzingen toepassen in het spel – onder begeleiding eenvoudige afspraken maken in de scène (wie-wat-waar) – oefenen in het expressief voordragen van een gedicht
-Oefenen op het uitbeelden van personages en situaties die de leraar vertelt – experimenteren met het aanpassen van lichaamshouding, -beweging en -mimiek aan de spelsituatie of verhaal in non-verbaal spel ( mime , pantomime).

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Lichaams- en bewegingsperceptie.

-Meervoudige symmetrische, enkelvoudige asymmetrische en meervoudige asymmetrische houdingen en bewegingen imiteren.
-Een voorkeurhand of -voet tonen wanneer het expliciet gevraagd wordt – in taken waar tweevoetigheid vereist is, een duidelijke taakverdeling tonen in het gebruik van linker- en rechtervoet
-Het verschil onderscheiden tussen naar links of naar rechts gerichte tekens, bewegingen of houdingen

Omgaan met bewegingsruimte en -tijd.
-Een plaats innemen ten opzichte van objecten
-De eigen plaats terugvinden
-Met meerdere leerlingen een plaats innemen in de ruimte en daarbij rekening houden met ruimtelijke begrenzingen
-Juist handelen op aangeven van eenvoudige tot meer complexe plaatsbegrippen
-Eenvoudige ruimtelijke opstellingen aannemen met een groep

Grootmotorisch bewegen.
-Ontdekkend samen spelen – binnen een spelidee komen tot eenvoudig strategisch handelen – samen met anderen spelregels afspreken, plannen maken en uitvoeren – geduldig zijn en zijn beurt kunnen afwachten – positief omgaan met winst en verlies
-Eenvoudige spelideeën uitvoeren in bewegingsspelen met een beperkt aantal deelnemers

ONTWIKKELING VAN INITIATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Zelfregulerend vermogen.

-Zelfstandig meerdere taken achter elkaar plannen
-Aangeven wanneer men toe is aan een uitdagendere of volgende taak of opdracht
-Uitdrukken hoe men een taak zal aanpakken – leren uit de aanpak van anderen
-Gedrag afstemmen in functie van een individuele opdracht binnen een groepsdoel
-Vanuit aangereikte criteria reflecteren over eigen aanpakgedrag en daarbij aandacht hebben voor product en proces – onder begeleiding bijsturen waar nodig

Onderzoekscompetentie.
-Een eigen mening geven – de eigen mening over de kwaliteit van een ervaring of een gemaakte taak onderbouwen op basis van criteria – aandacht hebben voor overeenkomsten en verschillen tussen de eigen ervaringen, bevindingen en aanpak en die van anderen – aangeven welke problemen zich eventueel voordeden en hoe men die heeft aangepakt

Gezonde en veilige levensstijl.
-Een schaaf- of snijwonde herkennen – het materiaal kennen om een huidwonde te verzorgen – een huidwonde verzorgen met water
-Een brandwonde herkennen – het belang van het afkoelen van een brandwonde onder stromend water kennen – een brandwonde correct verzorgen
-Een spiraalverband kunnen aanleggen
-Weten wat men moet doen bij een bloedneus
-In een noodsituatie de hulp van een volwassene kunnen inroepen – het algemeen noodnummer kennen – zichzelf in veiligheid kunnen brengen


(7-8jaar)

TAALONTWIKKELING
Taalbeschouwing Nederlands.

-Spelling van medeklinkers onderzoeken en deze inzichten gebruiken in betekenisvolle schrijfopdrachten:
*woorden met -b, -d of -g achteraan (bv. web)
*medeklinker-medeklinker-klinker/tweetekenklank (bv. knie)
*klinker/tweetekenklank—medeklinker-medeklinker (bv. elf)
*korte woorden met meerdere medeklinkers vooraan en/of achteraan (maar niet wr-) (bv. storm)
*eenvoudige woorden met meer dan twee opeenvolgende medeklinkers (bv. dorst)
*woorden met -ng en -nk (bv. lang)
-Spelling van klinkers onderzoeken en deze inzichten gebruiken in betekenisvolle schrijfopdrachten:
*korte woorden met a, o, u op het einde van een woord (bv. zo)
*korte woorden met -ee- op het einde van een lettergreep (bv. tweetal)
*korte woorden met doffe klinker -e- in onbeklemtoonde lettergreep en in voorvoegsels (bv. negen, begin)
-Spelling van tweetekenklanken of meertekenklanken (maar niet in vreemde woorden) onderzoeken en deze inzichten gebruiken in betekenisvolle schrijfopdrachten:
*ui, eu, oe (bv. kuiken)
*ei, ij (bv. wei)
*ou, au (bv. kabouter)
*aai, oei, ooi (bv. saai)
*eeuw, ieuw (bv. nieuw)
*woorden met tweeklanken gevolgd door een doffe lettergreep (bv. bijen)

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN
Getallenkennis.

-Inzicht verwerven in de tientalligheid en het plaatswaardesysteem van ons talstelsel en daarbij de termen en symbolen eenheid (E), tiental (T), honderdtal (H), natuurlijk getal kennen en gebruiken
-Natuurlijke getallen lezen en schrijven tot 100
-Natuurlijke getallen tot 100 ordenen en op een getallenlijn plaatsen

Rekenvaardigheid.
-Optellingen met een som ≤100 uitvoeren volgens standaardprocedures – de oplossing wiskundig correct noteren
-Aftrekkingen met een aftrektal ≤100 uitvoeren volgens standaardprocedures – de oplossing wiskundig correct noteren


Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

Geef een reactie

Geef een reactie

Ontdek meer van Inhuisonderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder