ZILL leerplandoelen tot 7 jaar – huisonderwijs ontwikkeldoelen

Hieronder de ZILL leerplandoelen tot 7 jaar.
De leerplicht geldt vanaf 5 jaar en dus zullen de leerplandoelen een houvast en leidraad kunnen bieden in het toewerken naar de eindtermen basisonderwijs.

Vorige:
Leerplandoelen tot 5 jaar.
Leerplandoelen tot 6 jaar.
Leerplandoelen Godsdienst kleuters (tot 6 jaar).

Lees deze blogpost voor alle wetgevingen en regels rond huisonderwijs.
In deze blogpost neem ik je bij de hand en vullen we samen de intentieverklaring in bij inschrijven van jouw kind voor huisonderwijs.
Wat zijn leerplandoelen, ontwikkeldoelen, onderwijsdoelen?
In deze blogpost zet ik het even allemaal op een rijtje voor jou.

Hoe ga je aan de slag met deze leerplandoelen? Op deze pagina geef ik je de handleiding voor deze ultieme gids.

Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

(2,5-7jaar)

TAALONTWIKKELING
Taalbeschouwing Nederlands.

-Op initiatief van en met hulp van de leraar eenvoudige boodschappen in betekenisvolle situaties waarnemen en er zich over verwonderen aan de hand van de vragen van het communicatiemodel

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Lichaams- en bewegingsperceptie.

-Exploreren van verschillende lichaamshoudingen – nabootsen van elementaire houdingen zoals zit, handen- of knieënsteun, buiklig aannemen of wijzigen – houdingswijzigingen opmerken en aannemen

ONTWIKKELING VAN DE ORIËNTATIE OP DE WERELD
Oriëntatie op de samenleving.

-Ervaren en vaststellen hoe in een groep taken worden verdeeld en hoe mensen of groepen mensen de leiding nemen en gezag uitoefenen

Oriëntatie op de ruimte.
-Ervaren in welke ruimtes men wel of niet graag is en waarom – ervaren en vaststellen hoe mensen een persoonlijke toets willen geven aan een ruimte door schikking, kleur, aanplanting …
-Ervaren vaststellen en uitdrukken op welke wijze ruimtes worden afgebakend en waarom mensen dit doen
-Vertrouwde plaatsen en voorwerpen op een afbeelding, foto of 3D-voorstelling herkennen

Oriëntatie op techniek.
-Waarnemen en vaststellen dat technische systemen die men zelf vaak gebruikt gemaakt zijn van: metaal, steen, hout, glas, papier, textiel of kunststof – ervaren en vaststellen hoe een bereiding wordt gemaakt van ingrediënten en hoe daarbij wordt rekening gehouden met voorkeur, gezondheid, smaak …
-Aantonen hoe de verschillende onderdelen van technische systemen in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel
-Ervaren op welke wijze onderdelen aan elkaar kunnen verbonden of gehecht worden – specifieke kenmerken van courante verbindingen en hechtingen herkennen – deze verbindingen en hechtingen gebruiken

Oriëntatie op natuur.
-Vaststellen en uitdrukken hoe levende organismen ontwikkelen en groeien
-Zich ervan bewust worden en uitdrukken dat mensen en dieren voortkomen uit een ander levend wezen van dezelfde soort
-Veel voorkomende materialen herkennen en sorteren volgens gemeenschappelijke kenmerken

ONTWIKKELING VAN INITIATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Onderzoekscompetentie.

-Ervaren hoe iets werkt, leeft of in elkaar zit – vragen stellen over hoe iets werkt, leeft of in elkaar zit – samen met de leraar op zoek gaan naar antwoorden – antwoorden verwachten en vinden – uitkomsten van een onderzoek voorspellen op basis van eerdere ervaringen
-Eenvoudige onderzoeken en ontwerpen, waarvoor het probleem, de materialen en methode al bepaald zijn door de leraar, uitvoeren – (al dan niet bewust) vanuit voorspellingen experimenteren en onderzoeken


(4-7jaar)

TAALONTWIKKELING
Mondelinge taalvaardigheid Nederlands.

-Verwerken van boodschappen binnen het hier-en-nu zonder (audio)visuele ondersteuning en van boodschappen buiten het hier-en-nu met (audio)visuele ondersteuning:
*meervoudige instructies met talige of mentale reactie
*gesloten en open vragen over voorkeuren en intenties, over ervaringen en belevingen, over gevoelens, over situaties, over handelingen en over voorwerpen
*uitleg over feiten en gebeurtenissen en over regels en afspraken
*allerlei muzische en multimediale boodschappen binnen de leefwereld
-Verwerken van informatie uit eenvoudige verhalen met weinig (audio)visuele ondersteuning en uit verhalen met complexere verhaallijn(en) met veel visuele ondersteuning door:
*de bedoelingen en het plan van de personages te ontdekken
*de verhaallijn(en) te ontdekken en reconstrueren
-Inzetten van luisterstrategieën op initiatief van en met hulp van de leraar:
*voorspellen
*visualiseren
*verbinden met voorkennis over het onderwerp
*nadenken over woordbetekenissen
*terugblikken
*begrip controleren
-Zich vlot en verstaanbaar uitdrukken – praten in volzinnen – ervaren dat mimiek, lichaamstaal en intonatie een rol spelen bij het overbrengen van een boodschap
-Allerlei boodschappen overbrengen in een spelsituatie of in andere betekenisvolle situaties binnen de leefwereld:
*spreken over verlangens en gevoelens als blijheid, angst, verdriet, verwondering
*beschrijven van voorwerpen, personen, handelingen, acties, ervaringen, gebeurtenissen
*antwoorden geven op vragen van betekenis, inhoud, bedoeling, mening
*vragen stellen om informatie, hulp of medewerking te verkrijgen
*plannen maken, processen beschrijven, problemen bespreken
*verhalen herformuleren of taaluitingen van personages reproduceren
*fantaseren en filosoferen
-Kennismaken met spreekstrategieën op initiatief van en met hulp van de leraar:
*voorkennis over het onderwerp oproepen
*materiaal verzamelen dat je nodig hebt om de boodschap over te brengen
*de inhoud van de boodschap vooraf bedenken
*de manier waarop je zal spreken vooraf bedenken
-Gesprekken voeren met leeftijdsgenoten en bekende volwassenen over onderwerpen uit de leefwereld:
*luisteren naar een uitleg over een gebeurtenis, reageren op een vraag, gedachten verwoorden, een vraag naar informatie stellen …
*zich inleven in een rol of een situatie, zelf bedenken wat je wil zeggen, aangeven aan het woord te willen komen, elkaar laten uitspreken, elkaars ideeën waarderen …

Schriftelijke taalvaardigheid Nederlands.
-Ervaren en inzien dat boodschappen door schrift kunnen worden vastgelegd – nabootsen hoe anderen schrijven – ‘schrijven’ van boodschappen of aanvullen van boodschappen naar aanleiding van spelsituaties – ‘woorden’ schrijven bij een tekening
-Eigen boodschappen in een schriftelijke neerslag vastleggen met een combinatie van beeldende elementen, letterachtige vormen en/of letters, invented spelling
-Ontdekken en ervaren dat mensen schrijven om verschillende redenen
-Schrijven ervaren als een proces van oriënteren, plannen en formuleren
-Kennismaken met schrijfstrategieën op initiatief van en met hulp van de leraar:
*voorkennis over het onderwerp oproepen
*materiaal verzamelen dat je nodig hebt om de boodschap over te brengen
*de inhoud van de boodschap vooraf bedenken
*de manier waarop je zal ‘schrijven’ vooraf bedenken

ONTWIKKELING VAN DE ORIËNTATIE OP DE WERELD
Oriëntatie op de samenleving.

-Ervaren, onderzoeken, vaststellen en illustreren:
*groepen uit de eigen leefwereld (familie, verschillende gezinsvormen, school, vrienden … )
*symbolen van groepen (logo van de school, sportclub … )
*hoe mensen cultureel verscheiden zijn en daardoor ook van elkaar verschillen in wat ze belangrijk vinden, in hoe ze leven
-Verschillende beroepen en vrijetijdsbestedingen uit hun omgeving herkennen en op eenvoudige wijze beschrijven
-Ervaren, vaststellen en verwoorden hoe leeftijdsgenoten en andere mensen in hun omgeving betalen en daarbij gebruik maken tussen verschillende betaalwijzen, ruilen, lenen, kopen en verkopen
-Nieuwsgierig zijn naar de herkomst van vertrouwde producten en er meer over willen weten
-Zich ervan bewust worden dat er in de wereld kinderen zijn die niet naar school gaan, niet naar de dokter kunnen …
-Ervaren hoe mensen uit de eigen omgeving zorg dragen voor elkaar en zich kunnen verenigen – weten dat er in elke samenleving mensen zijn die toezicht houden op het naleven van de regels in de samenleving

Oriëntatie op tijd.
-Ervaren en vaststellen hoe bepaalde activiteiten verbonden zijn met specifieke dagen
-Vooruitblikken op wat komt, terugblikken op wat voorbij is
-Basisbegrippen en courante aanduidingen in verband met dagelijkse tijd onderzoeken en daarbij woorden gebruiken zoals dag, nacht, vandaag, morgen, gisteren, deze week, volgende week, vorige week, vroeger, later, nu, ochtend, voormiddag, middag, namiddag, avond, nacht, de namen van de weekdagen, eergisteren, overmorgen, nog vroeger, nog later, eerst, dan, daarna en laatst
-Een beperkt aantal vaste gebeurtenissen in het verloop van hun dag in de juiste volgorde aangeven – kunnen terugblikken op minstens twee voorbije activiteiten door deze chronologisch te rangschikken en te verwoorden
-De eigen evolutie waarnemen op foto’s van henzelf uit de baby-, peuter-, kleuter- en kindertijd
-Met voorbeelden van gebeurtenissen uit het eigen leven, uit dat van familie en uit de schoolomgeving duidelijk maken wat ‘verleden’, ‘heden’ en ‘toekomst’ is
-Ervaren, vaststellen en uitdrukken wat een persoonlijk voorwerp voor zichzelf of iemand anders kan betekenen – ervaren hoe mensen omgaan met oud en nieuw erfgoed en dit willen bewaren

Oriëntatie op de ruimte.
-Zeggen in welke gemeente men woont
-Betekenis geven aan de volgende pictogrammen: de pijl, de uitgang, het toilet
-Een gridsysteem (matrix) hanteren bij het oriënteren in de omgeving
-In het eigen gedrag en onder begeleiding rekening houden met de specifieke plaats van personen en voertuigen in het verkeer
-Elementaire verkeersregels onder begeleiding toepassen – veilig oversteken onder begeleiding
-Bij het hanteren en (de)monteren van een constructie ontdekken hoe bepaalde onderdelen ervan elkaar nodig hebben om die constructie te laten werken

Oriëntatie op techniek.
-Een eenvoudig technisch systeem hanteren en (de)monteren of bereiden met behulp van een stappenplan of werktekening
-Onder begeleiding en in een eenvoudige situatie nagaan welk technisch systeem best tegemoet komt aan een behoefte – ideeën bedenken voor een nieuw eenvoudig technisch systeem
-Geschikt materiaal en gereedschap kiezen voor het realiseren van een eenvoudig technisch systeem – een eenvoudig technisch systeem maken, al dan niet aan de hand van een stappenplan

Oriëntatie op natuur.
-Ervaren, vaststellen en uitdrukken dat de natuur bron is van voeding, kleding, gebruiksvoorwerpen …
-Vaststellen en uitdrukken dat:
*een kind gedurende een periode groeit in de moeder voor het wordt geboren
*een dier gedurende een periode groeit in een moederdier of ontwikkelt in een ei voor het wordt geboren
-Verschillende weersomstandigheden gericht waarnemen, vergelijken, benoemen en visueel voorstellen – voorbeelden geven van de gevolgen van weersomstandigheden voor zichzelf en anderen

ONTWIKKELING VAN INITATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Zelfregulerend vermogen.

-Keuzemogelijkheden exploreren en bespreken – zonder hulp een keuze maken uit een groter aanbod – keuze maken gebaseerd op eigen interesses en voorkeuren – bij een keuze blijven – bij het kiezen rekening houden met afspraken en regels – rekening houden met de gevolgen van een keuze – de factoren die een keuze beïnvloeden herkennen – eigen keuzes en die van anderen identificeren – andere keuze durven maken dan een vriend

Onderzoekscompetentie.
-Keuzemogelijkheden exploreren en bespreken – zonder hulp een keuze maken uit een groter aanbod – keuze maken gebaseerd op eigen interesses en voorkeuren – bij een keuze blijven – bij het kiezen rekening houden met afspraken en regels – rekening houden met de gevolgen van een keuze – de factoren die een keuze beïnvloeden herkennen – eigen keuzes en die van anderen identificeren – andere keuze durven maken dan een vriend

Engagement voor duurzaam samenleven.
-Een gebeurtenis vanuit de eigen invalshoek beschrijven – ervaren dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze beleven
-De onmiddellijke gevolgen van eigen handelingen op de omgeving en op anderen benoemen en dit uitdrukken aan de hand van eenvoudige ‘als-dan-relaties’
-Bij zichzelf ervaren dat en hoe men consumeert – daarover communiceren – vaststellen dat men zelf en dat anderen niet altijd alles (kunnen) kopen wat ze willen
-Ervaren hoe men met anderen kan delen en wat dit betekent voor zichzelf en de anderen – zich laten inspireren door anderen die met elkaar delen


(5-7jaar)

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische vaardigheid.

-Op een intense manier en onder begeleiding waarnemen – eigenschappen van een (kunst)werk verkennen en erover praten

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING.
Lichaams- en bewegingsperceptie.

-Door zijwaartse compensatiebewegingen het evenwicht behouden, met weinig bijbewegingen
-Zich vlot zijwaarts kunnen verplaatsen en de achterwaartse beweging inschakelen

Grootmotorisch bewegen.
-Waterwennen door:
*het hoofd onder te dompelen
*de romp horizontaal in het water brengen
*de stuwing met de ledematen te ervaren


(6-7jaar)

TAALONTWIKKELING
Schriftelijke taalvaardigheid Nederlands.

-Alle letters (her)kennen en fonetisch kunnen benoemen
-Een voor hen bestemde tekst hardop of fluisterend lezen

Taalbeschouwing Nederlands.
-Spelling van klankzuivere woorden onderzoeken en deze inzichten gebruiken in betekenisvolle schrijfopdrachten:
*medeklinker-klinker/tweetekenklank-medeklinker (bv. boer)
*medeklinker-klinker (bv. zee)
*klinker-medeklinker (bv. of)
-Spelling van klinkers onderzoeken en deze inzichten gebruiken in betekenisvolle schrijfopdrachten:
*korte woorden met doffe klinker -e in een open lettergreep op het einde (bv. de)
*zeer frequent gebruikte korte woorden met a, o, u op het einde van een woord (bv. ja)

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN.
Getallenkennis.

-Inzicht verwerven in de tientalligheid en het plaatswaardesysteem van ons talstelsel en daarbij de termen en symbolen eenheid (E), tiental (T), natuurlijk getal kennen en gebruiken
-Hoeveelheden voorstellen met telwoorden, getalbeelden en cijfersymbolen
-Natuurlijke getallen lezen en schrijven tot 20
-Natuurlijke getallen tot 20 ordenen en op een getallenlijn plaatsen

Rekenvaardigheid.
-Optellingen met een som ≤ 10 paraat kennen
-Optellingen met een som ≤ 20 paraat kennen
-Optellingen met een som ≤20 uitvoeren volgens standaardprocedures – de oplossing wiskundig correct noteren
-Aftrekkingen met een aftrektal ≤ 10 paraat kennen
-Aftrekkingen met een aftrektal ≤ 20 en een aftrekker ≤ 10 paraat kennen
-Aftrekkingen met een aftrektal ≤20 uitvoeren volgens standaardprocedures – de oplossing wiskundig correct noteren


Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

Geef een reactie

Geef een reactie

Ontdek meer van Inhuisonderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder