ZILL leerplandoelen kleuter – ontwikkeldoelen kleuters huisonderwijs

Hieronder de leerplandoelen voor het kleuteronderwijs van 0- 5 jaar.
Deze gehele periode heb ik samen gezet omdat de kinderen gedurende deze periode nog niet leerplichtig zijn.
(Al weet ik dat velen wel al eerder starten met hun huisonderwijs).
Je kan deze leerplandoelen door deze periode heen overlopen of je kan ze evalueren net voordat je kind officieel onder de leerplicht valt vanaf de leeftijd van 5 jaar oud.

Lees deze blogpost voor alle wetgevingen en regels rond huisonderwijs.
In deze blogpost neem ik je bij de hand en vullen we samen de intentieverklaring in bij inschrijven van jouw kind voor huisonderwijs.
Wat zijn leerplandoelen, ontwikkeldoelen, onderwijsdoelen?
In deze blogpost zet ik het even allemaal op een rijtje voor jou.

Hoe ga je aan de slag met deze leerplandoelen? Op deze pagina geef ik je de handleiding voor deze ultieme gids.

Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

(2,5-3jaar)

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Lichaams- en bewegingsperceptie.
-Het evenwicht controleren door voor- en achterwaartse bewegingen te maken met het lichaam, waarbij bijbewegingen toegelaten zijn
-Eenvoudige enkelvoudige symmetrische houdingen en bewegingen imiteren


(2,5-4jaar)

TAALONTWIKKELING
Mondelinge taalvaardigheid Nederlands.

-Verwerken van eenvoudige boodschappen binnen het hier-en-nu en met (audio)visuele ondersteuning:
*een- en tweeledige instructies met fysieke reactie
*korte vragen over voorwerpen, handelingen, opdrachten en concrete situaties-uitleg over concrete gebeurtenissen en over afspraken
*allerlei muzische en mediaboodschappen binnen de leefwereld
-Verwerken van informatie uit eenvoudige verhalen met (audio)visuele ondersteuning door:
*het hoofdpersonage en zijn handelingen te ontdekken
*de hoofdgedachte te ontdekken
-Zich begrijpelijk uitdrukken (verbaal én non-verbaal), eventueel met ondersteuning
-Eenvoudige boodschappen binnen het hier-en-nu overbrengen die te maken hebben met:
*gewenning: interactie aangaan met andere kinderen, meedoen met versjes, standaarduitdrukkingen zoals ‘goedemorgen’ gebruiken …
*zelfredzaamheid: hulp inroepen, vragen beantwoorden over interesses en gevoelens …
*omgaan met anderen: voorwerpen of handelingen beschrijven in spelsituaties, dingen over zichzelf vertellen aan bekende volwassenen en andere kinderen …
*spelend leren: praten over meegemaakte gebeurtenissen, een eenvoudig verhaal navertellen met (audio)visuele ondersteuning …
-In spelsituaties of naar aanleiding van spel- en klassituaties gesprekken voeren met klasgenoten en bekende volwassenen:
*meedoen in het gesprek (verbaal of non-verbaal), reageren op een korte vraag, iets vertellen over zichzelf, iets beschrijven …
*oefenen in beurten afwisselen, leren luisteren naar elkaar …

Schriftelijke taalvaardigheid Nederlands.
-Prenten bij eenvoudige verhalen binnen het hier-en-nu ‘lezen’
-De betekenis van eenvoudige frequente pictogrammen in de klasomgeving ontdekken
-Krabbelen – al tekenend iets proberen vertellen – ‘schrijven’ vanuit eigen behoefte

ONTWIKKELING VAN WISKUNDIG DENKEN
Logisch en wiskundig denken.
-Eenvoudige wiskundetaal gebruiken
-Oorzaak-gevolg / als-dan relaties ervaren in concrete situaties
-De betekenis van niet, en, of ervaren in concrete situaties

Getallenkennis.
-Onderzoeken van gestructureerde en ongestructureerde hoeveelheden door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van de begrippen ‘naast’, ‘voor’, ‘na’, ’tussen’ door actief ervaringen op te doen
-Verschillen in hoeveelheden onderzoeken door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van de begrippen delen en verdelen door actief ervaringen op te doen

Meetkunde.
-Onderzoeken van punten, lijnen en vlakken door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen
-Onderzoeken van het begrip hoek door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen
-Onderzoeken van voorwerpen door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen uit de omgeving
-Onderzoeken van voorwerpen door zich te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen uit de omgeving

Meten en metend rekenen.
-Twee of meer dingen kwalitatief vergelijken volgens grootte, gewicht, lengte, volume, tijdsduur, temperatuur, snelheid … – dingen sorteren op basis van een kwalitatieve vergelijking volgens één of meer gemeenschappelijke kenmerken
-Onderzoeken van het begrip gewicht als ‘hoe zwaar is iets’ door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van het begrip inhoud als ‘hoeveel past er in’ door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van het begrip lengte als ‘hoe lang is iets’ door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van het begrip oppervlakte als ‘hoe groot is iets’ door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van het begrip “geld” door actief ervaringen op te doen zoals bij winkelen of winkelspel
-Onderzoeken van het begrip tijd als ‘hoe lang duurt iets’ door actief ervaringen op te doen
-Onderzoeken van het begrip hoek door te bewegen in de ruimte, te kijken naar en te handelen met voorwerpen

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische vaardigheid.

-Exploreren van en experimenteren met instrumenten en materialen – improviserend meespelen met een liedje of een muziekje

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Zintuiglijke ontwikkeling.

-De omgeving intens en geduldig waarnemen en beleven – op uitnodiging gericht observeren met oog voor het geheel, de delen en grote contrasten – intens en actief waarnemen met de zintuigen door de tijd te nemen om te kijken, te luisteren, te betasten, te ruiken, te proeven, te beleven
-Uitdrukken wat men waarneemt

Lichaams- en bewegingsperceptie.
-Ervaren hoe lichaamsdelen met elkaar in verbinding staan
-Zoeken in welke objecten en ruimten het eigen lichaam of lichaamsdelen passen, grootte en vorm ervaren van het lichaam en de lichaamsdelen
-Aanwijzen en benoemen van de belangrijkste delen van:
*het hoofd: ogen, mond en oren
*de romp: buik en rug
*de ledematen: handen en vingers, voeten en tenen
-Kunnen ontspannen en stil liggen
-Exploreren van de richting onder en boven door te klimmen en te klauteren
-Vlot voorwaarts bewegen en oefenen met het achterwaarts bewegen
-Rollen van buik- naar rugzijde vanuit halfzit, met afduwen van de armen
-Ervaren en nabootsen van diverse bewegingen

Omgaan met bewegingsruimte en -tijd.
-Objecten een plaats geven ten opzichte van zichzelf
-Onderzoeken van de begrippen in, op, boven, onder, naast, voor, achter, eerste, laatste, tussen, schuin, op elkaar, ver weg, dicht bij, binnen, buiten, omhoog en omlaag door actief ervaringen op te doen
-‘Stop’ als signaal begrijpen – de intentie om te stoppen tonen ook al lukt stoppen niet altijd goed

ONTWIKKELING VAN DE ORIËNTATIE OP DE WERELD
Oriëntatie op de samenleving.

-Herkennen:
*groepen uit de eigen leefwereld (gezin, klas … )
*symbool van zichzelf, de klas en andere groepen uit de eigen leefwereld…
-Vanuit de eigen leefwereld kennismaken met verschillende beroepen en verschillende vormen van werk en vrijetijdsbesteding
-Vanuit de eigen leefwereld ervaren dat er een verschil is tussen geven en krijgen en dat je geld nodig hebt om iets te kopen

Oriëntatie op tijd.
-Opeenvolging ervaren in het verloop van de dag – de regelmaat van de structuur van een lesdag ondervinden – een voorstelling herkennen van een regelmatig terugkerende gebeurtenis
-Begrijpen dat ‘gisteren’ voorbij is en dat ‘morgen’ nog moet komen

Oriëntatie op de ruimte.
-Ver en dichtbij exploreren
-De veiligheid en geborgenheid van een ruimte ervaren
-Zelfstandig de weg in een vertrouwde omgeving vinden
-Onder begeleiding een eenvoudige, uitgestippelde reisweg volgen – in interactie de plaats waar men zich bevindt en de richting die men uitgaat aangeven

Oriëntatie op techniek.
-Bij het hanteren en (de)monteren van constructies ontdekken dat ze bestaan uit verschillende onderdelen

Oriëntatie op natuur.
-Verschillende weersomstandigheden waarnemen

MEDIAKUNDIGE ONTWIKKELING
Mediageletterdheid.

-Mediacontent binnen de eigen leefwereld waarnemen en er zich over verwonderen
-Ontdekken waarover bepaalde mediacontent gaat door bijvoorbeeld:
-het hoofdpersonage en zijn handelingen te ontdekken
*de hoofdgedachte te ontdekken

ONTWIKKELING VAN INITIATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Zelfregulerend vermogen.

-Keuzemogelijkheden exploreren – bewust worden van eigen voorkeuren – met hulp een keuze maken uit een groot aanbod – zelfstandig kiezen uit een beperkt aanbod – een gezamenlijke keuze maken
-De omgeving intens en geduldig waarnemen en beleven – op uitnodiging gericht observeren met oog voor het geheel, de delen en grote contrasten – intens en actief waarnemen met de zintuigen door de tijd te nemen om te kijken, te luisteren, te betasten, te ruiken, te proeven, te beleven
-Uitdrukken wat men waarneemt
-Aan een activiteit beginnen wanneer men daartoe uitgenodigd wordt – proberen om dingen zelf te doen
-Een spel, een activiteit of opdracht begrijpen en uitvoeren zoals bedoeld – een spel, een activiteit of opdracht gedurende een korte tijd volhouden
-Een activiteit of een korte, voorgestructureerde opdracht zonder onderbreken afwerken
-Via modeling gedrag imiteren en zich eigen maken

Onderzoekscompetentie.
-Na afloop aangeven wat men gedaan heeft en vertellen over ervaringen: wat men gedaan en beleefd heeft, welke taken men moeilijk of gemakkelijk vond, wat moeilijk was en of men goed heeft gewerkt – gemaakte taken controleren

Ondernemingszin.
-Keuzemogelijkheden exploreren – bewust worden van eigen voorkeuren – met hulp een keuze maken uit een groot aanbod – zelfstandig kiezen uit een beperkt aanbod – een gezamenlijke keuze maken

SOCIO-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Rationele vaardigheden.

-Ervaren dat er ook anderen aanwezig zijn in de klas en op school – interesse tonen voor leeftijdsgenoten en speelkameraden – samen met anderen spelen en werken – voorkeur ervaren voor sommige leeftijdsgenoten
-Actie ondernemen om tot interactie te komen binnen een vertrouwde relatie – zich uitgedaagd voelen om buiten het eigen gezin relaties aan te gaan
-Ervaren door ontmoetingen met mensen uit een andere cultuur en door informatie uit media dat mensen een andere levenswijze hebben dan zijzelf
-Interesse tonen voor anderen – bereidheid tonen om rekening te houden met de anderen – gelijkenissen en verschillen tussen mensen zien en (indien mogelijk) illustreren
-Alleen spelen – toekijken wanneer andere kinderen spelen – naast elkaar hetzelfde spel spelen (parallel spel) – samen spelen met eenvoudige regels – samenspelen gebaseerd op duidelijke afspraken en regels
-Korte tijd samenspelen – langere tijd samenspelen en -werken
-Concrete instructies kunnen geven aan anderen nadat daartoe de opdracht is gegeven
-Instructies van een ander opvolgen vanuit concrete opdrachten – doen wat een ander voordoet of vraagt – eenvoudige regels en afspraken nakomen
-Zorg en genegenheid tonen bij de mensen waar ze zich veilig bij voelen – spontaan knuffelen – onder begeleiding materialen en speelgoed met elkaar delen
-Nabijheid verdragen – genieten van sfeer, contact en zorg – zich laten helpen
-Spontaan iets van zichzelf durven vertellen, zich uiten, de eigen naam zeggen, iets van zichzelf laten zien in een vertrouwde groep – spontaan eigen verlangens, talenten naar voren schuiven – aan leeftijdsgenootjes vragen om mee te mogen spelen
-Een ander kind naast zich laten meespelen – een beurt kunnen afwachten – dingen bijhouden, verzamelen


(2,5-5jaar)

MUZISCHE ONTWIKKELING
Muzische geletterdheid.

-Het verschil ervaren tussen muzisch beschouwen en creëren – door het beschouwen ideeën opdoen voor het eigen creëren
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*licht, donker en schaduw
*lichte en donkere tinten
*lichtbron
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*ordeningen in de ruimte
*op, onder, achter, voor, midden
*bovenkant, onderkant, zijkant
*dichtbij, veraf, dichter bij, verder weg, naast
*rechter en linkerkant
*ruimtelijke relaties tussen objecten in een beeldend werk
*ruimtelijk werk (volumes), bouwen
*plaatsing van figuren op het werkvlak
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*gebruik van lijnen en punten in de eigen omgeving
*verschillende soorten punten en lijnen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*eenvoudige vormen
*grootte en vormsoort: schijf, vierkant, hoek, driehoek, bol, blok, rolvorm
*vormkenmerken: spits, hoekig, lang, dun, groot, klein …
*van eenvoudige figuren voorgesteld door omtreklijn, vlakken en volumes
*eenvoudige patronen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*kleuren en kleurnuances
*hoofdkleuren: geel, rood en blauw
*kleuren: rood, oranje, geel, groen, blauw, paars, wit en zwart, grijs en bruin
*kleuren mengen
-Speels en onder begeleiding beleven van verschillende texturen : hard, zacht, ruw, glad, harig, stekelig, blinkend …
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*de ordening van objecten in een vlak (op, onder, naast …) of in de ruimte
*vol en leeg
*patroon door herhaling
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*sfeer en karakter, typische klanken en geluiden uit de omgeving
*opvallende muzikale tegenstellingen: man-vrouw, stem – instrument …
-Speels en onder begeleiding beleven van eenvoudige ritmes:
*ritmes verbonden aan een woord of woordgroep
*het ritme in een lied of klankstuk
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*hoog en laag
*eenvoudige melodieën
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*snel en traag
*opvallende tempowisselingen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*luid en stil
*[staccato => Staccato] en legato
*veel, weinig, geen klank of geluid
-In een lied of klankstuk speels en onder begeleiding ervaren van:
*herhaling
*eenvoudige muziekpatronen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*harmonische samenklank
*samen zingen
*samenklank van twee of meerdere instrumenten of stemmen in een contrastrijk muziekfragment
*instrumentaal samenspelen met anderen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*verschil tussen korte en lange, snelle en trage bewegingen
*cadans
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*begin, midden en einde van een beweging
*een eenvoudige dansstructuur
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*zware en lichte bewegingen
*gespannen en ontspannen bewegingen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*verschillende vormen die je kan aannemen met je lichaam
*bewegingen ter plaatse en met verplaatsing-grote en kleine bewegingen
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*het gebruik van verschillende richtingen in de ruimte
*diverse opstellingen en vloerpatronen
*ruimtelagen laag en hoog
-Speels en onder begeleiding beleven van het afstemmen van een beweging op de beweging van een ander
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*het spelen van gekende of gefantaseerde rollen
*houdingen en bewegingen van een type of gekend dier
*rolvastheid
*stemgebruik
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*bekende handeling en situaties uit de eigen belevingswereld
*taalspel
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*onderscheid tussen spel en werkelijkheid
*het verzinnen van eenvoudige (gekende) situaties
*het bedenken van nieuw spelidee dat aansluit bij een gespeelde situatie
-Speels en onder begeleiding beleven van een gekende tijdsbeleving
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*het innemen van de ruimte
*het weergeven van een ruimte (met attributen)
*het inrichten van een speelruimte (decor)
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*het geven van aandacht aan een ander kind in het samenspel
*het inspelen op andere kinderen
-Associëren bij de betekenis van een kunstwerk – duidelijke verhalen, emoties of onderwerpen herkennen en hierover communiceren – eigen emoties, ervaringen en ideeën in het muzisch handelen verwerken

Muzische vaardigheid.
-Speels en onder begeleiding waarnemen – opvallende elementen in een (kunst)werk waarnemen en zich daarover uitdrukken
-Exploreren en experimenteren met het tekenen met verschillende materialen
-Exploreren en experimenteren met het maken van afdrukken, stempelen met verschillende materialen
-Exploreren en experimenteren met het schilderen met verschillende materialen
-Exploreren en experimenteren met het boetseren met plastische materialen
-Exploreren en experimenteren met het knippen, scheuren en plakken met verschillende soorten papier – exploreren en experimenteren met constructiemateriaal, bouwen met stapelbare vormen – exploreren van en experimenteren met stof, draad en touwsoorten
-Zingen met aangepast stembereik (2,5 – 4: koekoeksroep: la’ – fa#, kleuterdeun: la’ – si’ – la’ – fa#; 4 – 5: re’ – mi’ – fa# – la’ – si’) en goed stemgebruik – onder begeleiding experimenteren met eenstemmige, korte en ritmisch eenvoudige liedjes – oefenen op eenvoudige liedjes met duidelijke vorm/structuur

MEDIAKUNDIGE ONTWIKKELING
Mediageletterdheid.

-Speels en onder begeleiding beleven van:
*alledaagse (digitale) geluiden
*contrastrijke effecten van geluid
*richting van geluid
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*alledaagse lichtbronnen
*contrastrijke effecten van licht
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*voor en achter in een beeld
*binnen en buiten beeld
*dichtbij en veraf
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*(contrastrijke) opeenvolgingen van beelden, geluiden …
*het samengaan van beeld en geluid
-Ervaren hoe door de volgorde van een reeks voorwerpen, prenten, beelden, klanken, geluiden … te schikken en te herschikken een (nieuw) verhaal ontstaat
-Speels en onder begeleiding beleven van:
*beeldsignalen
*opvallende vervormingen van beelden
*het effect van verkleinen en vergroten van beelden

ONTWIKKELING VAN INTIATIEF EN VERANTWOORDELIJKHEID
Onderzoekscompetentie.

-Met behulp van volwassenen eenvoudige bronnen hanteren om iets te weten te komen

SOCIO-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Inlevingsvermogen.

-Onderscheid maken tussen eigen persoon met gevoelens, gedachten, ervaringen en de ander met eigen gevoelens, verlangens, gedachten
-Betekenis geven aan expressie van anderen en hierop inspelen – betekenis geven aan emotie/gedrag/opmerkingen van de ander en hierop anticiperen door het eigen gedrag hierop af te stemmen

ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST
Levensbeschouwelijk, religieus en/of godsdienstig groeien.

-(0-2,5) Verkennen en levensbeschouwelijk groeien
-Zich in eigen communicatie erkend weten door de vertrouwde volwassene – respect ervaren van de groep en aanvoelen van erbij horen en mogen participeren met talenten en beperkingen
-Via modeling het religieuze in ervaringen, belevingen, verhalen en beelden … uitdrukken
-Ervaren dat iedereen op eigen manier mag groeien in het levensbeschouwelijk,religieus, godsdienstig beleven
-Opmerken en ervaren dat er levensbeschouwelijke verschillen zijn tussen de leerlingen in de eigen (klas)groep


(3-5jaar)

TAALONTWIKKELING
Taalbeschouwing Nederlands.

-Woorden die hetzelfde klinken (rijm) waarnemen en zich erover verwonderen

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
-Omgaan met bewegingsruimte en -tijd.

-Bewegingen aanpassen aan de snelheid en tempo van bewegende objecten
-Bewegingen spontaan aanpassen aan een eenvoudig opgelegd ritme

SOCIO-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Rationele vaardigheden.

-Bij het spelen en werken (associatief spel en werk) materiaal kunnen delen met elkaar – tijdens het spelen en werken met elkaar ervaringen over het spel en het werk uitwisselen – onder begeleiding samen spelen en werken naar een gemeenschappelijk doel (coöperatief spel en werk) – samenwerken met leeftijdsgenootjes – andere kinderen helpen bij het uitvoeren van een taak
-Spelenderwijs onder elkaar komen tot eenvoudige afspraken en regels


(4-5jaar)

MOTORISCHE EN ZINTUIGLIJKE ONTWIKKELING
Lichaams- en bewegingsperceptie.

-Aanwijzen en benoemen van de delen van:
*het hoofd: wangen en kin
*de romp : borst en schouders
*de ledematen: elleboog, de verschillende vingers, knie
-Bij zichzelf aangeven welk lichaamsdeel instaat voor het horen, zien, ruiken, proeven en voelen
-De verschillende lichaamsdelen na tactiel contact onderscheiden
-Een beeld opbouwen van het eigen lichaam, van de onderlinge verhouding van de lichaamsdelen en de reikmogelijkheden ervan
-Een menselijke figuur tekenen met de belangrijkste lichaamsdelen op de juiste plaats
-Actief zoeken naar mogelijkheden om het lichaam in en door allerlei ruimtes te wringen – de grootte van het lichaam en van bepaalde lichaamsdelen vergelijken met die van anderen
-Vanuit de ervaring van rug- en borstzijde komen tot het ontdekken van de zijkanten van het lichaam
-Het totale lichaam op vraag kunnen opspannen en ontspannen
-Een tijdlang bewust stil liggen
-De overgang maken van voor-achterwaartse bewegingen naar zijwaartse bewegingen voor het behouden van het evenwicht – minder bijbewegingen maken
-Actief de voor-en achterwaartse beweging inschakelen
-De zijkanten van het eigen lichaam aanvoelen en gebruiken – zijwaarts kunnen bewegen
-Vanuit een uitgestrekte lichaamshouding van buik- naar rugzijde kunnen rollen
-Voorwaarts kunnen rollen vanuit evenwichtsverlies waarbij openvallen nog mag
-De voornaamste basisbewegingen uitvoeren zonder teveel bijbewegingen
-Bewegingspatronen exploreren zoals hinken, huppen, huppelen, galopperen
-Verschillende bewegingspatronen zoals klappen en stampen combineren of wisselen tussen bewegingspatronen zoals klappen en dan stampen
-Een eenvoudige reeks van opeenvolgende handelingen uitvoeren


Deze leerplandoelen zijn NIET door mij ontwikkeld. Ze zijn overgenomen van de ZILL leerplandoelen voor katholiek basisonderwijs, ik heb ze enkel geordend op leeftijd ipv op ontwikkeldoelen om het duidelijker te maken voor jou. Dit betekent dus dat deze leerplandoelen goedgekeurd zijn door de overheid.

Geef een reactie

Ontdek meer van Inhuisonderwijs

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder